Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1.

Artikel 1.

Begripsbepaling

Onderdeel van Financiële verordening 2023

In deze verordening wordt verstaan onder: Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. Financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van mutaties betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente om tot een goed inzicht te komen in: de financiële positie; het financiële beheer; de uitvoering van de begroting; het afwikkelen van vorderingen en schulden; alsmede tot het afleggen van verantwoording. Administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding. Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente. Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten. Doelmatigheid: de mate waarin de gemeente erin slaagt om met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen het gewenste resultaat te bereiken. Doeltreffendheid: de mate waarin de gemeente erin slaagt het resultaat te bereiken zoals vooraf met het vastgestelde beleid werd beoogd. Programma: een samenhangend geheel van activiteiten waarbij de doelstellingen, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten zijn beschreven. Taakvelden: een samenvattend geheel van taken en activiteiten onder een programma, volgens het taakveldenoverzicht zoals opgenomen in het BBV. Beleidsindicator: een maatstaf om te bepalen hoe effectief het uitgevoerde beleid is geweest. BBV: besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Fido: Wet financiering decentrale overheden. MPG: Meerjarenperspectief Grondexploitatie. TURAP: tussentijdse rapportage. VPB: vennootschapsbelasting. EMU saldo: het verschil van inkomsten en uitgaven van de overheid. Omslagrente: de berekende rente die intern wordt gehanteerd en toegerekend wordt aan de verschillende producten en diensten. Werkelijke rente: de actuele rente die we betalen over onze leningenportefeuille. Kapitaallasten: het geheel van afschrijvingslasten en rentelasten. Dit zijn structurele lasten die het gevolg zijn van investeringen die een gemeente doet. Vervangingsinvesteringen: investeringen die gedaan worden om de bestaande voorzieningen binnen de gemeente op peil te houden conform de eisen van de huidige tijd. De kapitaallasten van deze vervangingsinvesteringen zijn opgenomen in de meerjarenbegroting. Uitbreidingsinvesteringen: investeringen die gedaan worden vanwege groei van de gemeente en/of nieuwe wensen en ambities vanuit de gemeente. De berekende kapitaallasten van uitbreidingsinvesteringen worden opgenomen in de meerjarenbegroting. Investeringsruimte: de financiële ruimte die nodig is om invulling te kunnen geven aan uitbreidingsinvesteringen. De hiervoor begrote kapitaallasten worden opgenomen in de meerjarenbegroting (zie ook de toelichting bij Uitbreidingsinvesteringen). Incidentele baten en lasten: dit zijn posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Het gaat om eenmalige zaken en om (meerjarige) projecten of subsidies als deze eveneens het karakter van tijdelijkheid c.q. eindig doel hebben. Integrale kostprijs: alle toerekenbare directe en indirecte kosten, inclusief overhead en rente. Intracomptabel: Een manier van administreren waarbij de financiële gegevens in het grootbroek van een bedrijf of andere organisatie worden verwerkt. Extracomptabel: Een manier van administreren waarbij de financiële gegevens niet in het grootbroek van een bedrijf of andere organisatie worden verwerkt.

Rechtspraak bij dit artikel