Als het vooronderzoek heeft geleid tot de conclusie dat een melding over een wethouder of een raadslid onderzoek waardig is, geeft de burgemeester – na al dan niet intern of extern deskundig advies te hebben ingewonnen – opdracht tot het uitvoeren van een integriteitsonderzoek. Tot het moment van openbaarmaking wordt geheimhouding opgelegd op alles wat met het onderzoek te maken heeft.
De onderzoeksopdracht wordt zo helder mogelijk geformuleerd en omvat ten minste de volgende zaken:
de onderzoeksvraag (of -vragen);
de wet- en regelgeving waaraan het handelen wordt getoetst;
de termijn waarbinnen het onderzoek dient te zijn afgerond.
De burgemeester is eindverantwoordelijk voor het integriteitsonderzoek (in termen van kwaliteit, tijd en kosten). Concrete taken laat hij uitvoeren door:
professionele onderzoekers uit de werkorganisatie BUCH;
en/of onderzoekers van een extern bureau. In dit geval verstrekt het onderzoeksbureau een opdrachtbevestiging met daarin ten minste: een weergave van in te zetten onderzoeksmethoden, een planning en een begroting.
In het kader van het onderzoek wordt in ieder geval degene geïnterviewd op wie de melding betrekking heeft. Daarnaast kan het onderzoek onder meer bestaan uit:
het interviewen van andere betrokkenen;
het verzamelen en beoordelen van schriftelijke informatie;
het toetsen van relevante informatie aan wet- en regelgeving.
Het onderzoek mondt uit in een schriftelijk rapport. Nadat de burgemeester de conceptversie heeft gelezen, wordt deze ter inzage voorgelegd aan degene wiens handelen is onderzocht in het kader van hoor en wederhoor. Diens eventuele open aanmerkingen worden schriftelijk vastgelegd en als bijlage toegevoegd aan het definitieve rapport. Dat blijft (vooralsnog) geheim.
Fase 2
Artikel 2.1
Betreft: handelen van een raadslid of een wethouder
Onderdeel van Procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur