Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 11

Vormen van bijstand

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Voorne aan Zee 2023

1.. Bij individuele bijzondere bijstand wordt uitgegaan van een uitkering in natura of ‘om niet’. 2.. In afwijking van lid 1 wordt op basis van artikel 48 en 51 van de wet bepaald of de bijzondere bijstand als geldlening of borgstelling wordt verstrekt. De aflossingscapaciteit wordt bepaald op 5% van de toepasselijke bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag. De aflossingstermijn van een geldlening is ten hoogte 36 maanden. Na 36 maanden wordt het restant van de lening omgezet in bijstand om niet tenzij de belanghebbende binnen de 36 maanden niet aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan. In afwijking van sub b, wordt de aflossingstermijn op meer dan 36 maanden gesteld, ingeval de duurzame gebruiksgoederen dienen te worden vervangen ten gevolge van moedwillige vernieling of nalatige verwijtbaarheid, onachtzaamheid of verkeerde handelingen waardoor de goederen verloren zijn gegaan. De bepalingen die bij de terugvordering van niet-fraudeschulden in de Beleidsregels Terugvordering en Verhaal zijn opgenomen zijn hier eveneens van toepassing, tenzij anders wordt vermeld in deze beleidsregels. Als een belanghebbende meerdere bijstandsleningen heeft, dan wordt de bijstandslening die volgt uit het oudste toekenningsbesluit als eerste afgelost. Als een bijstandslening samenloopt met een terugvordering, kan de gemeente nader bepalen op welke schuld het eerste wordt afgelost. Als de belanghebbende op het moment van verstrekking aflost op een eerder verstrekte bijstandslening, wordt de toegekende bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen om niet verstrekt zonder terugbetaal-verplichting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel