**1..** Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1 of een gebied waar aantoonbaar archeologische vondsten of waarden worden verwacht, bedoeld in artikel 1, onder j, de bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te verstoren of als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
**2..** Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;
het een verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, en waarbij die verstoring plaatsvindt:
in een gebied met aantoonbaar lage archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 10.000 m2, of;
in een gebied met een aantoonbaar middelhoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 500 m2, of;
in een gebied met aantoonbaar hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2;
in het geldend omgevingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;
sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;
het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument, waarde, of verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart;
een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of
de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn;
sprake is van voortzetting van normaal agrarisch gebruik. Voortzetting van normaal agrarisch gebruik betreft onder meer:
ploegen
woelen (verwijderen verstoorde lagen)
zaaiklaar maken
oogsten en rooien
stoppel bewerkingen
graslandwoelen
planten/poten
Niet normaal agrarisch gebruik (zeldzame bewerkingen) betreft onder meer:
diepploegen
drainage aanleg
Voor niet normaal agrarisch gebruik dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen voorschrijven dat de gekozen onderzoeksmethode voor het vervaardigen van het rapport in het tweede lid sub e ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de gemeente.