Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet valt het tijdelijk uitnemen van grond of baggerspecie niet onder de milieubelastende activiteit ‘toepassen van grond of baggerspecie’ (artikel 3.2.26 van het Bal), maar onder de milieubelastende activiteit ‘graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde (artikel 3.2.21 van het Bal).
Het is toegestaan om de ontgraven grond na afloop van het werk weer terug te plaatsen in de oorspronkelijke bodem. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden:
De grond heeft geen bewerking ondergaan, anders dan het uitzeven van bodemvreemd materiaal;
Het terugplaatsen vindt plaats op of nabij het ontgravingsprofiel. De aanduiding ‘op of nabij’ geeft aan dat er enige speelruimte is, waarbij de afbakening van geval tot geval kan verschillen;
Het terugplaatsen vindt plaats onder dezelfde omstandigheden. Er is bijvoorbeeld geen sprake van terugplaatsen onder dezelfde omstandigheden, als grond van boven de grondwaterspiegel wordt teruggeplaatst naar onder de grondwaterspiegel (of omgekeerd).
Hoofdstuk 17 › Paragraaf 17.5
Artikel 17.5.1
Tijdelijke uitname onder de Omgevingswet
Onderdeel van Nota Bodembeheer 2022-2032