Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Algemene beleidsuitgangspunten

Onderdeel van Beleid huisvesting van arbeidsmigranten Maashorst 2022

In aanvulling op de beleidslijn leggen we in dit beleidsdocument enkele algemene uitgangspunten vast die op alle huisvestingsvormen van toepassing zijn. Huishouden Gebied voormalige gemeente Uden Een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer. Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen vallen niet onder het begrip ‘huishouden’. Gebied voormalige gemeente Landerd Één, of meerdere personen die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid gericht op een duurzaam samenzijn, waaronder mede wordt begrepen het inwonen door ten hoogste 2 andere personen zonder onderlinge persoonlijke verbondenheid, die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het toegestane gebruik van een woning en/of wooneenheid, door een woon(zorg)initiatief met daarbij meerdere huishoudens toe te staan, mits: er sprake is van een maatschappelijk belang: de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig wordt aangetast: de belangen van omwonenden niet onevenredig worden geschaad. Deugdelijke/verantwoorde huisvesting De huisvesting van arbeidsmigranten dient zowel voor de arbeidsmigranten als voor de omgeving op een maatschappelijk verantwoorde wijze te gebeuren. De volgende aspecten zijn van belang: de huisvesting dient te voldoen aan geldende wet- en regelgeving (zoals: Wabo, Bouwbesluit, gemeentelijke bestemmingsplannen en APV); de huisvesting moet aansluiten bij de vraag van de arbeidsmigrant en aansluiten op de huishoudensamenstelling; er mogen geen gezinnen en/of kinderen gehuisvest worden in de middelgrote en grootschalige huisvestingslocaties; de huisvesting moet zijn voorzien van een minimaal primair voorzieningenniveau. Daarbij wordt een hoger ambitieniveau nagestreefd, dan vastgelegd in de SNF-Normering (Stichting Normering Flexwonen) en de AKF-Normering (Agrarisch Keurmerk Flexwonen). De keurmerken zijn een handreiking om de kwaliteitsniveau van huisvesting voor arbeidsmigranten op peil te krijgen en te houden. De normering bestaat uit verschillende onderdelen: privacy, sanitair, veiligheid en hygiëne, voorzieningen, informatievoorziening, brandveiligheid en goed werkgeverschap; de huisvesting moet passen binnen en bij de omgeving. De omvang (grootte, hoogte enz.) en het uiterlijk moet passen binnen de directe omgeving. De aanvrager/huisvester dient dit middels een ruimtelijke onderbouwing aan te tonen; de huisvesting mag geen belemmering vormen voor de normale planologische en milieutechnische ontwikkelingsmogelijkheden van de eventueel in de nabijheid gelegen bedrijven en/of functies; bij de huisvesting moet sprake zijn van adequaat en veilig dagelijks beheer. Het beheer is een verantwoordelijkheid van de betreffende ondernemer. Uitgangspunt is daarbij hoe groter de huisvestingslocatie, hoe intensiever het beheer; Kleinschalige huisvesting: minimaal op ad hoc-basis, bij het huisvesten van arbeidsmigranten dienen de directe buren en de gemeente op de hoogte gebracht te worden van de huisvesting van arbeidsmigranten. De contactgegevens van de beheerder moeten bekend zijn bij de bewoners, directe buren en de gemeente; Middelgrote huisvesting: minimaal dagelijks aanwezig beheer (aantal uren nader te bepalen aan de hand van de omvang van de huisvestingslocatie); Grootschalige huisvesting: 24 uur per dag beheer. De gegevens van de beheerder dienen zowel bij de gemeente als de directe omgeving bekend te zijn, zodat er bij vragen en/of klachten contact opgenomen kan worden met de beheerder; In elke huisvestingsvorm voor arbeidsmigranten moet een huisreglement goed zichtbaar worden opgehangen. Het huisreglement dient afgestemd te worden op de specifieke situatie van de huisvestingsvorm. Dit reglement bevat informatie over het handelen in geval van calamiteiten, de huisregels en de belangrijkste contactgegevens van zowel hulpdiensten als de contactpersoon/beheer. Dit huisreglement moet opgesteld worden in zowel het Nederlands als de gesproken taal van de bewoners en opgehangen worden op een centrale plek; In geval van het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, is men verplicht een nachtregister bij te houden. In de APV van de gemeente Maashorst zijn de volgende artikelen opgenomen: Artikel 2:37 Nachtregister De exploitant van een inrichting of feitelijk leidinggevende is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden. De exploitant van een inrichting of feitelijk leidinggevende is verplicht het in het eerste lid bedoelde register aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar over te leggen op een door de burgemeester te bepalen wijze. Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken en bij zijn aankomst een geldig reisdocument of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht te overleggen. Eisen aan woonruimte en bijbehorende voorzieningen Voor het gebied van voormalig Uden zijn extra normeringen opgenomen ten aanzien van de eisen aan woonruimte en bijbehorende voorzieningen. Te weten: Per cluster van slaapkamers (tot een maximum van 16 slaapkamers dienen er voldoende voorzieningen te worden gerealiseerd voor een aanvaardbaar en gezond leefklimaat: voor iedere 4 te huisvesten personen een kookplaat, douche en wc; voor iedere cluster een gezamenlijke ruimte voor het bereiden van maaltijden, eten en recreëren; een wasruimte. In een slaapkamer mogen maximaal 2 personen worden gehuisvest die ieder in deze slaapkamer ten minste de beschikking hebben over een oppervlakte van 7 m2. Eisen aan het beheer Het bedrijf dat de exploitatie voor haar rekening neemt dient te beschikken over het keurmerk c.q. te zijn aangesloten bij ABU, NBBU, SNA of gelijkwaardig. Deze keurmerken vertegenwoordigen kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van arbeidsvoorwaarden, afdracht van sociale premies, veiligheid op de werkvloer en gedragsregels; Met de beheerder van een ‘short stay’ dienen nader afspraken te worden gemaakt. Belangrijke uit te werken onderdelen van het beheer zijn onder meer het zorgen voor een goede communicatie met de buurt en voor een goed huis- en klachtenreglement en het bijhouden van een nachtregister. Belangrijk onderdeel van het invulling geven aan het begrip ‘hospes/hospita’ is de aandacht voor het welzijn van de bewoners, zoals het toe- of begeleiden naar sociale activiteiten die of op de locatie of in de gemeente worden geboden, ter voorkoming van eenzaamheid en/of vervallen in ongezonde leefstijl met risico’s op verslaving/molest en/of vatbaar zijn voor ondermijning; Op de locatie zorgt de beheerder eveneens als invulling van het begrip ‘hospes/hospita’ voor voorlichting en informatie aan de bewoners, bij voorkeur in de taal van de bewoners, maar in ieder geval ook in de Nederlandse en Engelse taal; Naast de informatie als opgenomen in de SNF-norm dient ook informatie ter beschikking te zijn over (de samenvatting van de) cao voor uitzendkrachten, informatie over scholing, gezondheidszorg en sociale voorzieningen in het gebied van voormalig Uden. Eisen aan parkeervoorzieningen, stallingen en afvalinzameling Voor de parkeerbehoefte bij een ‘short stay’ wordt voor het gebied van voormalig Uden uitgegaan van minimaal 1 parkeerplaats per kamer, uitgaande van maximaal 2 te huisvesten personen per kamer, en 2 parkeerplaatsen voor de beheerderswoning. Deze parkeerbehoefte moet op eigen terrein worden gerealiseerd. Bij het bepalen van de beschikbare parkeerplaatsen voor de ontwikkeling dient ook de parkeerbehoefte te worden meegenomen van de overige functies (bedrijven, kantoren en woningen) die gebruik maken van het perceel of het beoogd parkeerterrein; Voor het gebied van voormalig Landerd gelden de parkeernomen uit het parapluplan wonen en parkeren; In het pand of op eigen terrein is bovendien voldoende ruimte voor het stallen van (brom- en snor-)fietsen en het plaatsen van containers voor huishoudelijk afval ten behoeve van de bewoners van het pand. Dit om te voorkomen dat situaties ontstaan in strijd met de Algemeen Plaatselijke verordening (APV) of de Afvalstoffenverordening. Verantwoordelijkheid werkgevers De werkgevers zijn primair verantwoordelijk voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Indien de eigenaar van een bedrijf rechtstreeks arbeidscontracten sluit met arbeidsmigranten, dan wordt deze in het kader van deze beleidsnota gezien als werkgever. Als er sprake is van een uitzend of bemiddelingsbureau, dat als tussenschakel fungeert, dan wordt dat bureau eveneens in het kader van dit beleidsdocument gezien als werkgever. De gemeente Maashorst stelt de kaders voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Brandveiligheid De kwaliteit van alle huisvestingsvormen voor arbeidsmigranten dienen gewaarborgd te worden. Alle gebouwen moeten brandveilig gebruikt worden en voldoen aan de regels die opgenomen zijn in het Bouwbesluit 2012. Een omgevingsvergunning voor het brandveilig gebruiken van een bouwwerk is verplicht als een bouwwerk in gebruik genomen wordt waar bedrijfsmatig nachtverblijf wordt verschaft aan meer dan 10 personen. Indien de omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik niet noodzakelijk is kan het zijn dat er een gebruiksmelding ingediend moet worden. Volgens het Bouwbesluit is een gebruiksmelding verplicht als een woonfunctie wordt gebruikt voor kamergewijze verhuur voor 5 of meer afzonderlijke bewoners of als er meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn in een bouwwerk. Zo nodig kunnen bouwkundige brandveiligheidseisen ook verbonden worden aan een te verlenen ontheffing en/of bouwvergunning. Omgevingsdialoog Voor het willen ontwikkelen van een bouwproject of het verbouwen van een object wat niet volledig past binnen het huidige bestemmingsplan dient de ontwikkelaar een omgevingsvergunning aan te vragen. Het indienen van een plan dient altijd onderbouwd te worden. In dialoog gaan met de directe omgeving is een onderdeel van deze onderbouwing, omdat een ontwikkelplan een impact kan hebben op de omgeving. De directe omgeving wordt bepaald door iedereen waarop het initiatief effect kan hebben. Alle eigenaren en of gebruikers van opstallen in de omgeving zijn deelnemers aan de dialoog. Door middel van het voeren van een dialoog hebben de belanghebbenden de gelegenheid om hun belangen, bezwaren en vragen te delen ten aanzien van het ontwikkelplan. Het voeren van een dialoog met de omgeving is er dus niet op gericht op het verkrijgen van consensus, maar richt zich met name op het verkrijgen van inzicht in de belangen. Gelet op de maatschappelijke gevoeligheid dient deze omgevingsdialoog in overleg met de gemeente te worden voorbereid. Hieronder volgen de richtlijnen van de omgevingsdialoog: Een verdere uitwerking is te vinden in bijlage 1. Definieer de omgeving; Nodig de omgeving uit; Voer de dialoog; Maak een verslag dat voor akkoord is ondertekend door de deelnemers aan de omgevingsdialoog, locatie dialoog, datum dialoog, aanwezigen, wat er door initiatiefnemer en omwonende(n) gezegd is en wat de uitkomst van het gesprek is; Stuur het verslag naar de omgeving; Voeg het verslag toe bij uw stukken voor de gemeente. Draagkracht Communicatie met de directe omgeving is een wezenlijk onderdeel voor het realiseren van huisvesting. De huisvester is de eerst verantwoordelijke voor een goede communicatie en goed beheer. Dit houdt onder meer in dat er transparant en tijdig dient te worden gecommuniceerd met alle betrokkenen, om te bepalen wat het draagvlak is voor een huisvestingsvoorziening. Het voeren van een goede, volledige omgevingsdialoog met alle betrokkenen, waarbij de voorbereiding van de omgevingsdialoog in overleg met de gemeente plaatsvindt, is daarbij een voorwaarde. Maatschappelijke en de ruimtelijke draagkracht van de betrokken omgeving (ruimtelijk inpasbaarheid en –effecten) bepalen óf en (eventueel) onder welke voorwaarden een initiatief mogelijk is; Het bepalen van de draagkracht van een locatie en de omgeving laat zich moeilijk vangen in (gestandaardiseerde) regels. De uitvoeringsregels dienen als richtlijn; We beoordelen de draagkracht van de locatie/omgeving veiligheid/openbare orde, sociaal werk (maatschappelijke draagkracht) en ruimtelijke effecten (ruimtelijk draagkracht). Maatschappelijke draagkracht Maatschappelijk draagkracht omvat aspecten die samenhangen met openbare orde en veiligheid en sociaal werk. Maatschappelijke draagkracht is afhankelijk van de samenstelling van een wijk/buurt/straat, de mate van zelfredzaamheid, verloop (doorloopsnelheid) en de mate van (bestaande) inzet van het sociaal werk/buurnetwerk. De aanwezigheid van een logiesgebouw, pension of kamerverhuurpand mag niet leiden tot een ontoelaatbare wijziging hierin. Daarnaast mag de openbare orde en veiligheid niet door de aanwezigheid van een logiesgebouw, pension of kamerverhuurpand in het gedrang komen. Ruimtelijke draagkracht Ruimtelijke draagkracht omvat aspecten die samenhangen met de ruimtelijke effecten en ruimtelijke inpasbaarheid. De draagkracht is afhankelijk van de verandering in de woonintensiteit en/of bouwvolume, de verkeersaantrekkende werking, parkeerdruk etc. De realisatie van een logiesgebouw, pension of kamerverhuurpand mag onder andere niet leiden tot een ontoelaatbare belasting van de woon- en leefsituatie op de locatie en in de omgeving, een ontoelaatbare wijziging in woonintensiteit, bouwvolume en/of parkeerdruk en een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en de aard van de omliggende weg(en). Daarbij dient er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein beschikbaar en/of realiseerbaar te zijn. Hierbij hanteren we de vigerende parkeernormen. Tot slot mag de privacy en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen niet onevenredig worden benadeeld. Op basis van het verslag van de omgevingsdialoog én de draagkracht van de locatie/omgeving (ruimtelijk en maatschappelijk) bepalen we óf en (eventueel) onder welke voorwaarden het initiatief mogelijk is. Geen (overige) negatieve effecten op de omgeving Vanuit de beleidslijn komt naar voren dat de omgeving de beperkingen (en daarmee de mogelijkheden) van een locatie bepaalt. Per locatie bepalen we wat de draagkracht is van de locatie en de omgeving (leveren maatwerk). Op basis van ruimtelijke effecten (omliggende bestemmingen, massa, landschappelijke inpassing, verkeersbewegingen, parkeren e.d.) bepalen we uiteindelijk of en (eventueel) onder welke voorwaarden een initiatief mogelijk is. Als uitgangspunten stellen we hierbij het volgende: Een eventuele extra parkeervraag wordt niet afgewenteld op de openbare ruimte. Er moet voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein beschikbaar of realiseerbaar zijn. Algemeen uitgangspunt voor het aantal parkeerplaatsen zijn de parkeernormen zoals opgenomen in de meest recente nota ‘Nota parkeernormen Uden’ en ‘Parapluplan wonen en parkeren Landerd’; De huisvesting mag niet leiden tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en). Met betrekking tot het aantal inritten, hanteren we als uitgangspunt het inrittenbeleid; De huisvesting mag niet leiden tot overlast als gevolg van het onbereikbaar zijn van ontmoetingsvoorzieningen; De huisvesting is vanuit milieuoogpunt (externe veiligheid, lucht, bodem, geluid, geur, volksgezondheid enz.) en planologisch oogpunt aanvaardbaar (gezond woon- en leefklimaat); De kwaliteit van een huisvestingslocatie dient te worden gewaarborgd. De uitstraling van een huisvestingslocatie en de omgeving is hierbij belangrijk. De huisvestingslocatie mag geen belemmering vormen voor de omgeving of omliggende (agrarische) bedrijven. Daarnaast dienen de minimale richtafstanden en de milieu invloeden (geur, stof, geluid en gevaar), die door de Vereniging van Nederlandse Gemeente (VNG) zijn opgesteld, in acht genomen te worden; Een bestemmingsplanwijziging dan wel een Wabo-afwijkingsvergunning is alleen mogelijk wanneer er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Landschappelijke inpassing Voor het gebied van voormalig Uden geldt dat indien de locatie in het buitengebied gelegen is, wordt voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan, dat bij de aanvraag moet zijn ingediend. Voor het gebied van voormalig Landerd geldt dat indien de locatie in het buitengebied gelegen is, er voldaan moet worden aan de kwaliteitskader buitengebied. Hardheidsclausule Het college kan afwijken van dit beleidsdocument, als toepassing hiervan tot onevenredige benadeling leidt voor één of meerdere belanghebbende. Overgangsrecht Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Indien het gebruik na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode van langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten vervallen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel