Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.5

Aantal deelvoertuigen binnen buurthubs

Onderdeel van Beleidsregel ontheffingen buurthubs Amsterdam

Het aantal deelvoertuigen per buurthub zal verschillen in de praktijk. De gemeente bepaalt het maximale aantal deelvoertuigen per modaliteit dat binnen een buurthub kan worden aangeboden, waarbij het een afweging maakt op basis van de te verwachten vraag naar deelvervoer en de beschikbare ruimte voor de buurthub. De gemeente consulteert hierbij vooraf de betrokken ontheffinghouders en inventariseert daarbij het gewenste aanbod. In principe worden de beschikbare plekken per modaliteit evenredig onder de ontheffinghouders verdeeld, tenzij de wensen over het aantal aan te bieden deelvoertuigen tussen de ontheffinghouders onderling verschillen. Indien het aantal plekken oneven is, wordt dit in een andere buurthub gecompenseerd zodat ontheffinghouders over de gehele stad gelijke kansen krijgen. De ontheffinghouders zorgen ervoor dat deze deelvoertuigen gedurende de looptijd van het experiment ook beschikbaar blijven binnen de buurthubs. Elke nieuwe buurthub wordt na 6 maanden geëvalueerd. Als uit de monitoring blijkt dat één of meerdere modaliteiten in de buurthub significant minder wordt gebruikt dan in andere buurthubs, kan dan na toestemming van de gemeente Amsterdam het aantal deelvoertuigen worden aangepast.

Rechtspraak bij dit artikel