Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.5

Weigeringsgronden voor ontheffingen

Onderdeel van Beleidsregel ontheffingen buurthubs Amsterdam

1.. Een aanvraag voor een ontheffing wordt geweigerd indien: de aanvraag wordt ingediend voor andere categorieën of typen voertuigen bedoeld in artikel 2.2. de aanvraag niet voldoet aan één of meer van de volgende voorwaarden: de aanvrager is een rechtspersoon die is ingeschreven in het handelsregister van de Nederlandse Kamer van Koophandel. de aanvrager is geen moeder-, dochter-, of zusteronderneming van of op een andere wijze verweven met een andere onderneming die voor dezelfde periode voor dezelfde deelvoertuigcategorie een ontheffing heeft aangevraagd. uit de statuten en uit het feitelijk handelen van de aanvrager blijkt dat de aanvrager het aanbieden van deelvoertuigen als doelstelling heeft. de aanvrager is in staat om op eerste verzoek een privacyverklaring in de Nederlandse taal, een uittreksel van voorgenomen verwerkingen in het register van de Algemene Verordening Gegevensverwerking en, indien hij daarover beschikt, een kopie van de bewerkersovereenkomst en te overleggen en hij staat toe dat de gegevens die aan de gemeente worden geleverd gedurende de looptijd van de vergunning conform het vastgestelde beleid, gebruikt mogen worden door de gemeente voor monitorings- en evaluatiedoeleinden en dat deze gegevens geanonimiseerd bekend gemaakt mogen worden. de aanvrager heeft één vast Nederlands sprekend aanspreekpunt voor de gemeente dat telefonisch en per e-mail bereikbaar is op maandag tot en met vrijdag van 9:00uur tot 17:00 uur (feestdagen uitgezonderd) en dat in staat is om ter stond te reageren. de voertuigen waarvoor ontheffing wordt gevraagd voldoen aan de eisen die zijn gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet. de aandrijving van de voertuigen veroorzaakt geen schadelijke stoffen. de aanvrager is in staat om elk voertuig op elk moment te traceren. de aanvrager is in staat binnen een maand na de ingangsdatum van de ontheffing ten minste een minimaal aanbod binnen elke beschikbare buurthub te plaatsen en binnen drie maanden na de ingangsdatum van de ontheffing het volledige aantal gewenste deelvoertuigen te exploiteren. de voertuigen bevatten uitsluitend reclame voor de eigen onderneming van de aanvrager. de aanvrager is in staat om per buurthub twee maal per jaar, op 15 juli en op 15 januari, een rapportage met de volgende gegevens aan de gemeente te leveren met betrekking tot de zes daaraan voorafgaande kalendermaanden: gemiddeld aantal keer dat een deelvoertuig per dag is gebruikt gemiddeld aantal kilometers per rit pieken en dalen in het gebruik (weekenddagen versus werkdagen, spitstijden versus niet spitstijden, 7-19 uur versus 19 -7 uur) het aantal unieke gebruikers type gebruikers (percentage klanten inwoner van Amsterdam en percentagebezoeker) gemiddelde parkeertijd – gedurende welke het voertuig ter gebruik wordt aangeboden - per voertuig per buurt de aanvrager is bereid om mee te werken aan de platforms die de gemeente gebruikt voor monitoring van het gebruik van deelvervoer (op dit moment Vianova en CROW), en daarvoor een real-time GPS-trace aan de voertuigen te koppelen waarbij de aanvrager gebruik maakt van de door het college voorgeschreven standaarden die zoveel mogelijk overeenkomen met landelijke standaarden (zoals CDS-M) en waarbij de GPS-trace – die in voertuig of app kan zitten - informatie geeft over de locatie met een interval tijd van 15-30seconden met een nauwkeurigheid van maximaal 60 meter en idealiter maximaal 20meter. Per trace is de volgende informatie te lezen: de start- en eindlocatie van de rit (waarbij minimaal een locatie binnen Amsterdam ligt) de duur van de rit het tijdens de rit afgelegde aantal kilometers het aantal onderbrekingen van de rit en de locaties van de onderbrekingen de duur en de locaties van het opladen van de accu’s de aanvrager verzamelt en verwerkt persoonsgegevens en andere gegevens in overeenstemming met de wet- en regelgeving en geeft een beschrijving van de manier waarop hij de wet- en regelgeving op het gebied van dataverwerking en privacy uitvoert. de aanvrager maakt als onderdeel van de aanvraag voor een ontheffing een plan van aanpak, waarin minimaal de in artikel 3.7 (lid a t/m j) beschreven onderdelen aan bod komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel