3.1 Bewoners.
1. Bewoning door maximaal twee personen van de levensloop/zorgwoning.
2. Er is een sociale relatie tussen de bewoner van de levensloop/zorgwoning en de hoofdwoning op het perceel. De bewoners of één van de bewoners zijn/is de toekomstige zorgverlener.
3. Voor het plaatsen van een levensloop/zorgwoning is een minimumleeftijd vereist van 70 jaar. Vanaf deze leeftijd is er geen medische indicatie vereist.
4. Een medische indicatie is wel vereist als de verzorgde een voortschrijdende aandoening heeft die op termijn tot mantelzorgbehoefte kan leiden en hij/zij de leeftijd van 70 jaar nog niet heeft bereikt.
5. De bewoners worden op het adres van de levensloop/zorgwoning ingeschreven in de Basis Registratie Personen (BRP).
3.2Het gebouw.
1. De levensloop-/zorgwoning wordt gerealiseerd als zelfstandige wooneenheid binnen de bestaande bebouwing, nieuw op te richten bebouwing of in een woonunit.
2. Een levensloop/zorgwoning dient te voldoen aan de bepalingen uit het vigerende Bouwbesluit ten aanzien van permanente bewoning.
3. De levensloop/zorgwoning is levensloopbestendig en kan op basis van geringe aanpassingen geschikt worden gemaakt aan de ontstane of gewijzigde zorgbehoefte op termijn.
4. Om voor de toekomst duidelijk te houden dat het een tijdelijke situatie betreft zal een eigen huisnummer worden toegekend met de nadere aanduiding “tijdelijk”.
5. Gezien het tijdelijke karakter valt de levensloop/zorgwoning niet onder de OZB heffing maar wel onder de overige gemeentelijke belastingen en heffingen die passen bij een zelfstandige woning.
6. Maximale oppervlakte levensloop/zorgwoning: een levensloop/zorgwoning mag maximaal 100 m² bedragen met dien verstande dat bij permanente bebouwing de maximale oppervlakte zoals opgenomen in het bestemmingsplan niet overschreden mag worden.
7. De maximale afstand tussen hoofdwoning en levensloop/zorgwoning bedraagt: 25 meter.
8. De woning heeft maximaal één bouwlaag met een maximale goothoogte van 3,0 meter en een nokhoogte van 5 meter (indien niet in bestaande bebouwing gerealiseerd), conform wijze van meten volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
9. De levensloop/zorgwoning moet worden geplaatst op de gronden die horen bij de bestaande hoofdwoning van de toekomstige zorgverlener of toekomstige zorgontvanger. De levensloop/zorgwoning mag niet gebouwd worden binnen een Natuur- of Bosbestemming.
10. Per hoofdwoning mag maximaal één levensloop/zorgwoning of mantelzorgwoning gerealiseerd worden.
11. De levensloop/zorgwoning wordt gebouwd op minimaal 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van de bestaande hoofdwoning en op een afstand van de perceelsgrens (zijdelingse en achter) van tenminste 1 meter of bij ramen aan de zijde van de perceelsgrenzen minimaal 2 meter. Bij hoekpercelen of anderzijds bijzondere situaties kan maatwerk geleverd worden. De afwijking en het besluit omgevingsvergunning wordt dan voldoende gemotiveerd.
12. Er mogen geen milieubelemmeringen aanwezig zijn ten aanzien van het plaatsen van de levensloop/zorgwoning, alsook ten aanzien van de situering hiervan. Ook mag de plaatsing van de levensloop/zorgwoning niet ten koste gaan van de (planologische) gebruiksmogelijkheden van de omliggende percelen.
13. De situering van de levensloop/zorgwoning moet ook leiden tot een goed woon- en leefklimaat in de woning zelf.
14. Het gebruik van de levensloop/zorgwoning mag niet leiden tot overlast voor de openbare veiligheid, de openbare gezondheid, het woonmilieu, onevenredige afbreuk doen aan het (woon)karakter van de wijk of buurt en/of onevenredig afbreuk doen aan erfgoedwaarden, waardoor geen sprake is van een veilige fysieke leefomgeving en/of goede ruimtelijke ordening.
15. Voor de plaatsing/inpassing op een erf kan dit gebeuren op basis van een erf inpassingsplan van een ter zake deskundig (advies)bureau.
16. Parkeren moet plaatsvinden op eigen terrein. Daarvoor moet worden aangetoond dat op het bouwperceel in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in dat deze in stand wordt gehouden. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid als wordt voldaan aan het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan 2012-2020 (GVVP) van de gemeente Oude IJsselstreek. Daarbij worden de maximale parkeernormen in de categorie ‘rest bebouwde kom‘ gehanteerd. Als gedurende de planperiode een nieuwe parkeernormering wordt vastgesteld, wordt rekening gehouden met de dan vastgestelde parkeernormering.
17. Hemelwater van het bouwoppervlak van de levensloop/zorgwoning en nieuwe verharding worden op eigen terrein geïnfiltreerd conform het gemeentelijke beleid.
18. Het mag geen reguliere permanente woningsplitsing of andersoortige toevoeging van een zelfstandige woonruimte betreffen, zoals functiewijziging of particuliere verhuur.
3.3 Omgevingsgesprek
Het doel van een omgevingsgesprek is het informeren van de buurt over de plannen en de buurt krijgt de mogelijkheid mee te denken over verbetering van het plan. De omgevingsvergunningsaanvraag bevat een verslag met daarin de resultaten van het omgevingsgesprek.
Artikel 3
Toetsingskader
Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek over levensloop/zorgwoningen