Bij de beoordeling van een aanvraag is van belang of er een voorliggende voorziening aanwezig is die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn (artikel 15 Participatiewet).
Let wel, het gaat er hierbij niet om of de belanghebbende daadwerkelijk gebruik maakt van deze voorziening. Het gaat om de aanwezigheid daarvan en of de belanghebbende daar een beroep op kan of had kunnen doen. Het standpunt is, dat de belanghebbende (redelijkerwijs) van deze voorziening gebruik had kunnen maken.
Directe voorliggende voorziening
Hiermee worden voorzieningen bedoeld die specifiek voor de gevraagde kosten aanwezig zijn. Voorbeelden zijn:
De Gemeentepolis (GarantVerzorgd) en de aanvullende verzekering;
Zorgverzekering en de aanvullende verzekering;
Wet op de huurtoeslag;
Lening Kredietbank Nederland.
Een lening bij de Kredietbank Nederland geldt ook als een voorliggende voorziening. Dit leidt ertoe, dat bij een aanvraag voor bijzondere bijstand eerst moet worden onderzocht of de belanghebbende voor een dergelijke lening in aanmerking kan komen. In de praktijk betekent dit dat de belanghebbende eerst een kredietgesprek krijgt via het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO).