Bijzondere bijstand is er niet alleen voor inwoners met een bijstandsuitkering. Ook inwoners met een ander inkomen of met een inkomen boven bijstandsniveau kunnen in aanmerking komen voor de bijzondere bijstand.
Welke inkomsten wij meenemen in de berekening zijn beschreven in artikel 31 van de PW.
Wij houden geen rekening met de vrijlatingen die in het tweede lid van artikel 31 zijn beschreven.
Wanneer inwoners een inkomen hebben boven de bijstandsnorm die voor hun geldt, berekenen we de draagkracht. De draagkracht die we hanteren is als volgt opgebouwd:
10% draagkrachtruimte tot en met 120% van de geldende bijstandsnorm
50% draagkrachtruimte over meer dan 120% en tot met 150% van de geldende bijstandsnorm.
100% draagkrachtruimte over meer dan 150% van de geldende bijstandsnorm.
Draagkracht tijdens WSNP/MSNP:
Hetgeen dat een belanghebbende heeft gespaard uit het vtlb telt mee als vermogen.
In het gemeentelijke beleid is geregeld dat het spaargeld meeteelt als vermogen. Hoe het spaargeld is gefinancierd, maakt niet uit.
Schulden:
In geval van beslag of wanneer de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) van toepassing is, geldt dat de belanghebbende op grond van een gerechtelijke uitspraak niet daadwerkelijk de beschikking heeft over een deel van het inkomen, zodat dat deel niet als inkomen kan worden gezien. Voor de draagkracht geldt dan het inkomen dat overblijft (in de regel 90% van zijn bijstandsnorm).
In geval van een schuldregeling bij het BvFO of een erkende (NVVK) schuldregelaar geldt, dat er al wel een reservering wordt ingehouden op het inkomen, vooruitlopend op een nog te realiseren akkoord of wanneer er al een regeling van kracht is. Omdat dit via een schuldregelaar gaat, mag ervan uit worden gegaan dat zijn volledige aflossingscapaciteit wordt benut en voor zijn draagkracht dus moet worden uitgegaan van het inkomen dat men overhoudt.