In beginsel zijn de kosten voor woninginrichting voor degene die voor het eerst zelfstandig gaan wonen algemene kosten van bestaan en dient hiervoor te worden gereserveerd of te worden geleend.
Er zijn bijzondere situaties denkbaar waarvoor bijzondere bijstand om niet wordt verstrekt, bijvoorbeeld:
De eerste huisvesting voor asielzoekers die onder de taakstelling (zoals bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014) van de gemeente Doetinchem vallen;
Hoogte bijzondere bijstand voor de kosten van woninginrichting:
Bij het verstrekken van bijzondere bijstand voor de kosten van woninginrichting worden de normen van het Nibud als richtlijn genomen. De hoogte van de bijzondere bijstand is maximaal 70% van de kostprijs die het Nibud rekent.
Een kamerbewoner heeft minder woninginrichting nodig dan iemand met een zelfstandige woonruimte. Voor kamerbewoning hanteren we een maximaal bedrag van 35% de alleenstaande Nibudnorm.
Verantwoordingsplicht woninginrichting:
Cliënten moeten de bijzondere bijstand die verleend wordt voor woninginrichting achteraf verantwoorden bij het BvFO door het inleveren van bonnen.
De belanghebbende krijgt een lijst met richtbedragen (gebaseerd op normen van het Nibud) waarin belanghebbende de ruimte krijgt tot aan de bovengrens van het inventarispakket.
Voor witgoed moet vooraf een offerte worden opgevraagd. Er wordt bijstand toegekend tot de maximale bedragen voor witgoederen conform de Nibudnorm. Waar mogelijk wordt het geld voor de witgoederen rechtstreeks door de gemeente aan de leverancier overgemaakt.
Televisie en computer zijn een onderdeel van het inventarispakket. Hiervoor wordt een maximumbedrag gehanteerd.