Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 5.1

Artikel 5.1.2

Hygiëne en volksgezondheid

Onderdeel van Draaiboek evenementen

De gemeente maakt gebruik van adviezen van de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR). Voor evenementen tot 5.000 gelijktijdig aanwezige bezoekers zonder verzwarende omstandigheden wordt gebruik gemaakt van het standaard advies van de GHOR.6 Geneeskundige advisering bij Publieksevenementen, versie november 2014, van GHOR Amsterdam-Amstelland. Zijn er wel verzwarende omstandigheden dan zal de gemeente een maatwerkadvies vragen aan de GHOR. Verzwarende omstandigheden: maatwerkadvies Indien aan één of meer van onderstaande criteria wordt voldaan is sprake van verzwarende omstandigheden en wordt door de vergunningverlener een maatwerkadvies gevraagd aan de GHOR: er is sprake van een meerdaags evenement waarbij gebruik wordt gemaakt van tijdelijke huisvesting of tijdelijke kampeervoorziening; er wordt gebruik gemaakt van waterverneveling (bijvoorbeeld: douche; fontein; natmaken van bezoekers met een waterslang) of er worden zwem-, speel- of bubbelbaden op het evenemententerrein geplaatst; bij het evenement zijn (huis)dieren betrokken; tijdens het evenement worden tatoeages, inclusief permanente make-up, of piercings gezet (hiervoor is een vrijstelling van de vergunningsplicht nodig van de GGD); er wordt voedsel bereid buiten de reguliere horecavoorzieningen of in een uitbouw van een reguliere horecavoorziening; als het een Dance feest betreft of de verwachting bestaat dat sprake zal zijn van bovenmatig alcohol- en/of drugsgebruik; als bij het evenement veel mensen worden verwacht met een slechte mobiliteit; het evenement is gericht op mensen die een zware fysieke inspanning gaan leveren; omgevingsfactoren brengen extra risico’s met zich mee (bijvoorbeeld: activiteit voor kinderen bij open water; activiteit in de buurt van een risicobedrijf); het ruimtelijk profiel van het evenemententerrein brengt extra risico’s met zich mee (bijvoorbeeld: moeilijke toegankelijkheid; uitgestrektheid; meerdere podia); er ontstaat een beperking in de hulpverleningscapaciteit voor omwonenden (bijvoorbeeld door afsluiting van een aanrijroute); er worden meer dan 5.000 gelijktijdig aanwezige bezoekers verwacht. Standaardadvies Het standaardadvies bestaat uit vier onderdelen: in te zetten eerstehulpverleners; inrichting van een EHBO-post en de bereikbaarheid daarvan; hygiënezorg (drinkwater, toiletten, horeca, afval); weersomstandigheden. In te zetten eerstehulpverleners De algemene regel van één eerstehulpverlener per 1.000 gelijktijdig aanwezige bezoekers, met een minimum van twee eerstehulpverleners, is komen te vervallen. Van geval tot geval moet worden afgewogen of en zo ja, hoeveel eerstehulpverleners van een bepaald deskundigheidsniveau aanwezig moeten zijn. De drie deskundigheidsniveaus zijn: BLS (Basic Life Support) niveau betreft de reguliere hulpverlener die in staat is om generieke basishulp zonder specifieke hulpmiddelen te leveren. Een AED (Automatische Externe Defibrillator) dient standaard aanwezig te zijn. Voor de noodzakelijke expertise wordt gerefereerd aan het Oranje Kruisboekje. BLS+ (Basic Life Support+) niveau betreft hulpverleners die ook zicht hebben op het totale klinische beeld van de patiënt. Dit zijn basisartsen, verpleegkundigen met recente ervaring op spoedeisende hulpverlening, IC of CCU. De extra deskundigheid maakt het mogelijk om met dezelfde hulpmiddelen de handelingsvaardigheid te vergroten en/of specifieke klinische beelden te onderkennen. ALS (Advanced Life Support) niveau dient op basis van het Landelijk Protocol Ambulancezorg geboden te worden door bevoegd en bekwaam personeel van een zorginstelling met de beschikking over ALS instrumentarium. Dit niveau is aanwezig voor hoog complexe hulpvragen en zicht op het totale klinische beeld van de patiënt. Tevens dienen zij als professionele ondersteuners van de BLS hulpverleners. De eerstehulpverleners: dienen duidelijk herkenbaar te zijn; dienen met uitzondering van het ALS-personeel, allen in het bezit te zijn van een geldig E.H.B.O.-diploma, inclusief aantekening reanimatie en AED bediening; de GGD/GHOR heeft te allen tijde het recht om het medisch personeel te controleren; die ingezet worden als ALS-hulpverlener dienen ingeschreven te zijn in het BIG-register; de GGD/GHOR heeft te allen tijde het recht om het medisch personeel te controleren; die ingezet worden als ALS-hulpverleners dienen bevoegd en bekwaam te zijn om hulpverleningen uit te voeren op ALS-niveau (Advanced Life Support cf. LPA 8.0), onder de verantwoordelijkheid van een medisch manager; dienen een kopie van hun diploma’s en/of registratie bij zich te hebben en desgewenst te kunnen tonen; dienen bij dancefeesten gespecialiseerd te zijn in drugshulpverlening. Vanaf een half uur voor aanvang tot een uur na einde van het evenement dient de medische hulpverleningsorganisatie aanwezig en operationeel te zijn. Na afloop van het evenement dient de evenementorganisatie of de EHBO-organisatie de registratie van de hulpverlening ter beschikking te stellen aan de GHOR: evenementenadvies@ghorasd.nl inrichting van een EHBO-post en de bereikbaarheid daarvan Op het evenemententerrein dient in beginsel minimaal één EHBO-post aanwezig te zijn. Deze moet aan diverse voldoen die in de voorschriften in bijlage 2 zijn opgenomen. De organisator zorgt ervoor dat alle betrokkenen weten waar de EHBO-post geplaatst is. Voor ambulances dient de EHBO-post te allen tijde goed bereikbaar te zijn. Hierbij is van belang dat een vrije aan- en afvoerroute aanwezig blijft. Indien de ondergrond onverhard is, zijn aanpassingen (bijvoorbeeld met behulp van rijplaten) een voorwaarde. De aan- en afvoerroute van de EHBO-post dient tevens aan te sluiten op de calamiteitenroute. In het veiligheidsplan van de organisatie dient deze calamiteitenroute duidelijk te zijn aangegeven door middel van een tekening en een beschrijving van de route. De calamiteitenroute mag geen onderdeel zijn van een ontruimingsplan om tegengestelde verkeersstromen te voorkomen. De calamiteitenroute dient altijd vrij gehouden worden ten behoeve van de nood- en hulpdiensten. Bij medische spoed kan via het landelijke alarmnummer 112 ambulancehulpverlening aangevraagd worden. Voor intercollegiaal overleg of aanvragen van minder spoedeisend vervoer, kan gebeld worden met de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) op 088-0129890. Voor aanvang van het evenement kan de leidinggevende van de medische hulpverleningsorganisatie zich tevens inmelden via dit nummer bij de MKA. hygiëne zorg (drinkwater, toiletten, horeca, afval) Tijdens het evenement bestaat het risico voor overdracht van infectieziekten ten gevolge van een slechte hygiëne. Ten aanzien van technische hygiënezorg worden door het LCHV te nemen maatregelen aanbevolen. (Tijdelijke) drinkwatervoorziening Sommige terreinen hebben bestaande voorzieningen, maar het kan ook voorkomen dat er tijdelijke drinkwatervoorzieningen geplaatst moeten worden die na het evenement weer verwijderd worden. De regels waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in de voorschriften in bijlage 2. Sanitaire voorzieningen De algemene regel van één toilet per 150 gelijktijdig aanwezige bezoekers is komen te vervallen. Van geval tot geval moet worden afgewogen hoeveel toiletten aanwezig moeten zijn. Factoren die van belang zijn voor het bepalen van het benodigde aantal toiletten zijn: het aantal te verwachten bezoekers; de samenstelling van het publiek (mannen/vrouwen/jeugd); de gemiddelde verblijfstijd (dagevenement of meerdaags evenement); het soort evenement (vanwege het gedragspatroon); het type toiletten (toiletten op waterspoeling of mobiele toiletten) dat wordt gebruikt; de verwachte piekdrukte (bijvoorbeeld showpauzes); het consumptieve gedrag (wordt er veel gedronken?). In de voorschriften in bijlage 2 is opgenomen waaraan toiletten moeten voldoen. Horeca Op veel publieksevenementen zijn tijdelijke eetgelegenheden aanwezig. De organisator is vanuit het Warenwetbesluit wettelijk verplicht maatregelen te nemen die de kans verkleinen dat medewerkers en bezoekers ziek worden van bedorven eten en drinken. In hygiënecodes staan voedselveiligheidsmaatregelen die voor alle stadia van voedselverwerking gelden: van het kopen of ontvangen tot het bewaren, het bereiden en het serveren van eten en drinken. Hygiënecodes zijn een praktische uitwerking van de HACCP (Hazard Analysis Critical Control Points; een systeem om de voedselveiligheid te beheersen). Met behulp van een goedgekeurde hygiënecode kan de organisator voldoen aan de wettelijke voorschriften van voedselveiligheid. Voorbeelden van goedgekeurde en veelgebruikte hygiënecodes op evenementen zijn de Hygiënecode voor de horeca en de Hygiënecode voor de contract- en inflightcatering. Een overzicht van alle goedgekeurde hygiënecodes staat op de website van de toezichthouder, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit: www.nvwa.nl. De hygiëneadviseur van de GGD heeft een signalerende functie. Bij de aanvraag om een evenementenvergunning moet worden vermeld welke hygiënecode tijdens het evenement wordt gebruikt. Bepaal volgens welke hygiënecode(s) er op uw locatie wordt gewerkt. Zorg dat de gekozen code alle voedselprocessen tijdens het evenement dekt. Zorg dat iedereen die betrokken is bij voedselprocessen volgens de gekozen hygiënecode werkt. Afval Afval kan een bron van ziektekiemen zijn. Bovendien trekt afval dierplagen aan. Daarom moet de opslag en afvoer van afval aan bepaalde eisen voldoen. Leeg afvalemmers voldoende vaak, maar minstens één keer per dag. Sluit de zakken goed en bewaar ze in gesloten afvalcontainers op een aparte afvalplaats. Houd de opslagplaats schoon, zodat er geen ratten of andere plaagdieren op af komen. Plaats geen afval naast afvalcontainers. Zorg dat het afval wordt opgehaald voordat de (laatste) container overvol is. Verschoon damesverbandcontainers in de damestoiletten dagelijks. Worden de containers geleegd door een leverancier? Spreek dan een geschikte termijn af. Verzamel dierlijke afvalstoffen, zoals mest, gescheiden van het overige afval en zorg dat bezoekers hier niet mee in aanraking komen. In de voorschriften in bijlage 2 zijn de eisen opgenomen. weersomstandigheden De organisator dient de dag voorafgaand aan het evenement en op de dag zelf te zorgen voor een oordeel over de vraag of het, gezien de (weers)omstandigheden, verantwoord is om het evenement te laten starten of voort te zetten. Voor een meerdaags evenement geldt dit voor elke dag. Indien van toepassing wordt gebruik gemaakt van de beoordelingsprocedure uit het draaiboek weersomstandigheden (zie paragraaf 4.1). Bij een dreigende situatie is het van belang dat de organisatie tijdig afstemt met de hulpdiensten over te nemen beslissingen. Denk hierbij aan het organiseren en bieden van handelingsperspectieven, het stilleggen, beëindigen of ontruimen van het evenement. De coördinator team Handhaving van de gemeente wijst iemand aan die namens de gemeente proactief het weer monitort. Indien de organisator geen maatregelen treft bij extreem weer, is de burgemeester bevoegd om het evenement stil te leggen.

Rechtspraak bij dit artikel