Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende uitgangspunten:
De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een voorzichtig karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomsten en/of winst door het lopen van overmatig risico. Het gematigde karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door middel van de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;
De gemeente mag geldleningen, rekeningcourantverstrekkingen of garanties uitsluitend verstrekken uit hoofde van haar publieke taak tegen acceptabele voorwaarden en als er een substantieel publiek belang wordt gediend, waarbij vooraf advies wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij;
De bevoegdheid tot het verstrekken van een geldlening en garantie door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal, hierna te noemen het college, of de raad is geregeld in artikel 10 van onderhavig treasurystatuut;
De gemeente mag op grond van de Wet Fido liquide middelen in de vorm van geldleningen uitzetten bij andere openbare lichamen;
Het gebruik van derivaten is alleen toegestaan na instemming van de raad. Deze worden uitsluitend gebruikt ter beperking van financiële risico’s. Daarnaast moet de derivatentransactie op een verantwoorde wijze geadministreerd kunnen worden en uitsluitend worden aangegaan onder begeleiding van een extern adviseur die onder toezicht staat van de Autoriteit Financiële Markten.