Het Plussenbeleid vindt zijn wettelijke basis in artikel 2.30 en 2.31 van de Omgevingsverordening Gelderland, zoals in werking is getreden op 1 februari 2022.
Deze artikelen luiden als volgt:
Artikel 2.30 (uitbreiding niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of veehouderijtak: handreiking beleidsregels Plussenbeleid)
Gedeputeerde Staten stellen in een handreiking een algemeen kader vast voor de door het gemeentebestuur op te stellen beleidsregels Plussenbeleid.
De handreiking Plussenbeleid bevat in ieder geval als kader dat:
uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of niet-grondgebonden veehouderijtak alleen mogelijk is als door de aanvrager plusmaatregelen worden getroffen;
de investering in de te treffen plusmaatregelen aantoonbaar € 15 tot € 20 per vierkante meter bruto stalvloeroppervlakte van de uitbreiding bedraagt;
de plusmaatregelen getroffen worden in de volgende rangorde:
i. ter plaatse op het erf;
ii. in de directe omgeving van het erf;
iii. in de omgeving van de direct-omwonenden.
de te treffen plusmaatregelen geborgd worden in:
i. een privaatrechtelijke overeenkomst, inclusief een boetebeding;
ii. een voorwaardelijke plicht in het bestemmingsplan, of
iii. de voorschriften van een omgevingsvergunning.
Artikel 2.31 (instructieregel bestemmingsplan Plussenbeleid)
Een bestemmingsplan maakt een uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of niet-grondgebonden veehouderijtak alleen mogelijk als de uitbreiding voldoet aan door het gemeentebestuur in overeenstemming met de handreiking Plussenbeleid vastgestelde beleidsregels.
Een bestemmingsplan kan eens per vijf jaar een uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of veehouderijtak mogelijk maken met een omvang van ten hoogste 500 vierkante meter, waarop de vastgestelde beleidsregels niet van toepassing zijn.
Voor de beleidsregel zijn vooral artikel 2.31, lid 1 en 2 relevant. Lid 1 vormt het hart van het Plussenbeleid. Daar is vastgelegd dat het Plussenbeleid toegepast moet worden bij bestemmingsplannen die uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderijtak mogelijk maken. Artikel 2.31, lid 2 geeft een buffer. Voor kleine uitbreidingen is het Plussenbeleid niet van toepassing. De grens wordt gelegd bij 500 m2 uitbreidingsruimte per vijf jaar.
Artikel 2.30 lid 1 verwijst naar de ‘handreiking beleidsregels Plussenbeleid’. Deze handreiking is als bijlage toegevoegd. Artikel 2.30 lid 2 gaat in op het overgangsrecht. In hoofdzaak stelt het overgangsrecht dat geldende rechten in op de kaders die in ieder geval opgenomen moeten zijn in gemeentelijk Plussenbeleid