In de Verordening is aangegeven dat een maatwerkvoorziening slechts wordt verstrekt wanneer sprake is van een langdurige noodzaak. Deze bepaling geeft een tweetal begrenzingen aan met betrekking tot het verstrekken van voorzieningen, namelijk een begrenzing in tijd en de noodzakelijkheid. Voor het criterium ‘langdurig noodzakelijk’ is ook gekozen vanwege het nadrukkelijkere beroep op de inwoner om problemen zelf of met het netwerk op te lossen, zeker als die problemen kortdurend zijn.
Het uitgangspunt is dat sprake is van langdurige noodzaak als de inwoner voor zes maanden of langer is aangewezen op de voorziening. Wie korter durende beperkingen heeft, terwijl vaststaat dat de beperking van voorbijgaande aard is, komt niet voor een voorziening in aanmerking. Voorbeelden hiervan zijn een ongeluk of een ziekenhuisopname. In dergelijke situaties behoort het regelen van hulp tot de eigen verantwoordelijkheid. Van de inwoner mag worden verwacht dat hij/zij zelf een oplossing vindt voor deze tijdelijke situatie.
Toelichting langdurig:
Wat langdurig is, is afhankelijk van de concrete situatie. De grens wordt bepaald door de vraag: gaat de beperking over of is deze blijvend? Kenmerkend voor een blijvende beperking is dat de ondervonden beperking, naar de stand van de medische wetenschap op het moment van aanvraag, onomkeerbaar is. Er is dus redelijkerwijs geen verbetering te verwachten in de situatie van de inwoner. In dit kader zal de prognose van groot belang zijn. Zegt de prognose dat de inwoner na enige tijd zonder de benodigde hulpmiddelen of aanpassingen zal kunnen functioneren, dan mag men van een kortdurende noodzaak uitgaan.
Bij een wisselend beeld, waarbij periodes van verbetering en terugval elkaar opvolgen, kan echter uitgegaan worden van een langdurigheid. Bij een inwoner die terminaal is, is er sprake van een blijvende noodzaak. Voor langere tijd betekent in ieder geval dat wie tijdelijke beperkingen heeft, bijvoorbeeld door een ongeluk, terwijl vaststaat dat de beperking van voorbijgaande aard is, niet voor een voorziening in aanmerking komt, tenzij de inwoner voor minstens zes maanden of langer is aangewezen op een voorziening is aangewezen.
Een uitzondering op de regel dat de aangevraagde voorziening langdurig noodzakelijk moet zijn, wordt gevormd door situaties waarin voor korter dan 6 maanden ondersteuning nodig is, bijvoorbeeld bij een ontregeld huishouden. Als alle andere voorzieningen niet voorzien in de goede ondersteuning, behoort kortdurende ondersteuning tot de mogelijkheden.
Toelichting noodzakelijkheid:
Een voorziening wordt alleen verstrekt wanneer deze volgens de beoordeling van de gemeente noodzakelijk is en niet indien er sprake is van door de inwoner en zijn/haar netwerk gewenste verstrekkingen. Het gaat er dan om dat de voorziening vanwege een beperking noodzakelijk is ten behoeve van de zelfredzaamheid van de inwoner of de maatschappelijke participatie van de inwoner. Of de maatwerkvoorziening moet noodzakelijk zijn ten behoeve van het zich handhaven in de samenleving van de inwoner met psychische of psychosociale problemen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.5
Langdurig noodzakelijk
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning