Er zijn drie vormen van begeleiding individueel:
Begeleiding Basis Wmo;
Begeleiding Specialistisch Wmo (onder andere voor NAH);
Begeleiding zintuiglijk gehandicapten (landelijk).
Welke vorm van begeleiding wordt geïndiceerd is afhankelijk van de individuele situatie van de inwoner. Binnen de begeleiding basis en specialistisch valt ook persoonlijke verzorging.
Ad 1. Begeleiding Basis en Specialistisch (inclusief NAH)
Voor het doel, de doelgroep en de inhoud van de ondersteuning zie productbladen van de inkoop (hieronder link, productbladen worden als bijlage toegevoegd.
https://www.inkoopsdcg.nl/home+inkoop/verborgen+documenten+inkoop/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1467484
Indicatoren voor begeleiding basis zijn:
Een noodzaak van frequent oproepbare ondersteuning (periodiek gedurende een bepaalde periode);
Bij inwoneren met een verstandelijke handicap kan onder deze beschikbaarheid ook de extra aandacht voor inwoneren met probleemgedrag vallen;
Onder deze prestatie vallen ook die situaties van sterk ‘ontregelde gezinnen’ waar niet volstaan kan worden met planbare zorg op vaste tijdstippen.
De begeleiding kan ook ingezet worden om de mantelzorger of de persoon die gebruikelijke hulp biedt te ondersteunen bij het halen van deze resultaten:
het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;
wonen in een pedagogisch verantwoord huishouden;
opgroeien in een stimulerende omgeving;
veilig en geborgen zijn in de eigen leefomgeving;
mantelzorg kunnen volhouden.
Begeleiding individueel kan ook bijdragen aan participatiedoelen:
een startkwalificatie halen;
(vrijwilligers-)werk kunnen doen;
mensen kunnen ontmoeten en contacten te kunnen onderhouden met mensen;
deel te kunnen nemen aan recreatieve, sportieve en maatschappelijke of religieuze activiteiten.
Begeleiding individueel kan alleen worden ingezet wanneer een algemene voorziening of dagbesteding niet (voldoende) passend is voor het bereiken van het resultaat. Als behandeling of revalidatie mogelijk is ter voorkoming van begeleiding vanuit de Wmo 2015, is dat voorliggend.
Begeleiding individueel kan ook ingezet worden als persoonlijke verzorging nodig is voor het aanleren van vaardigheden. Overname van persoonlijke verzorging is Zvw.
Ad 2. Begeleiding Specialistisch
Voor het doel, de doelgroep en de inhoud van de ondersteuning zie productbladen van de module Inkoop van de regio Centraal Gelderland (hieronder link, productbladen worden als bijlage toegevoegd.
https://www.inkoopsdcg.nl/home+inkoop/verborgen+documenten+inkoop/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1467484
Indicatoren:
Noodzaak van frequent oproepbare ondersteuning (naar verwachting meerdere keren per week);
Bij inwoneren met een verstandelijke handicap kan onder deze beschikbaarheid ook de extra aandacht voor inwoneren met probleemgedrag vallen;
Onder deze prestatie vallen ook die situaties van sterk ‘ontregelde gezinnen’ waar niet volstaan kan worden met planbare zorg op vaste tijdstippen.
Begeleiding specialistisch
Voor het doel, de doelgroep en de inhoud van de ondersteuning zie productbladen van de module Inkoop van de regio Centraal Gelderland (hieronder link, productbladen worden als bijlage toegevoegd.
https://www.inkoopsdcg.nl/home+inkoop/verborgen+documenten+inkoop/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1467484
Indicatoren
Begeleiding specialistisch is bedoeld voor inwoneren vanuit de doelgroep GGZ en NAH, al dan niet in combinatie met een verstandelijke beperking, waarbij sprake is van een zelfredzaamheidsvraagstuk en het merendeel van onderstaande criteria van toepassing zijn:
Inwoner vertoont zeer regelmatig onvoorspelbaar gedrag.
De situatie is onvoorspelbaar; de inwoner is zeer snel (psychisch) uit balans (met bijvoorbeeld psychoses tot gevolg).
Bij ernstig regieverlies en grote gevolgen voor het dagelijks leven.
Inwoner is veelal passief / zeer beperkt actief.
Inwoner heeft geen of beperkt ziekte-inzicht.
Inwoner moet nog leren omgaan met veranderingen in bijvoorbeeld medicatiegebruik.
De begeleiding kan ook ingezet worden om de mantelzorger of de gebruikelijke zorger te ondersteunen.
Begeleiding individueel kan ook leiden tot een betere deelname van de inwoner aan de maatschappij. Is er sprake van het specifieker bijdragen aan participatiedoelen, dan wordt activerend werk ingezet. Begeleiding speciaal kan alleen worden ingezet wanneer een algemene voorziening of dagbesteding niet (voldoende) passend is voor het bereiken van het resultaat. Als behandeling of revalidatie mogelijk is ter voorkoming van begeleiding vanuit de Wmo 2015, is dat voorliggend.
Bij het indiceren wordt onderzocht of de inwonerproblemen ondervindt bij onderstaande activiteiten en in welke mate. Op grond daarvan wordt de omvang van de indicatie bepaald als is vastgesteld dat een maatwerkvoorziening de enige oplossing is. Het resultaat is dus de samenhang van alle activiteiten/onderdelen waarop de inwonerbeperkingen ervaart en ondersteuning of overname nodig heeft.
Ondersteunen bij aanbrengen van structuur/voeren van regie.
Hulp of overname bij problemen oplossen:
Dit betreft oplossingen vinden voor een probleem rond een onderwerp of vraagstuk, door het herkennen, analyseren van het probleem, het ontwikkelen van oplossingen, het evalueren van eventuele effecten van oplossingen en het uitvoeren van de gekozen oplossing. Denk bijvoorbeeld aan het begrijpen van een toegezonden brief of bepaalde goederen kunnen aanschaffen in relatie tot zijn financiën.
Hulp of overname bij initiëren van eenvoudige taken:
Dit betreft het voorbereiden, starten, tijd en ruimte organiseren die nodig zijn voor een eenvoudige taak bijvoorbeeld: thee zetten, bed opmaken e.d. Deze activiteiten doen zich meermalen daags voor.
Hulp of overname bij initiëren van complexe taken:
Dit betreft het voorbereiden, starten, tijd en ruimte organiseren die nodig zijn voor een complexe taak. Kenmerkend hierbij is dat het meervoudige taken betreft die gelijktijdig of achtereenvolgens uitgevoerd worden. Denk aan: reis plannen, weekboodschappen doen, warme maaltijd bereiden, huishoudelijke weekplanning.
Ondersteunen c.q. overnemen bij praktische vaardigheden en handelingen
Het regelen van de dagelijkse routine:
Dit betreft dat activiteiten zodanig uitgevoerd worden, dat iedere dag de energie en de tijd wordt verkregen die nodig zijn voor de routine handelingen of verplichtingen. Te denken valt aan het maken van een dagelijkse planning, verstoring van het dag/nachtritme.
Dagelijkse bezigheden uitvoeren:
Dit betreft het uitvoeren van eenvoudige en complexe acties, die nodig zijn om de dagelijkse routinehandelingen of verplichtingen te plannen, uit te voeren en te voltooien. Denk aan een adequate volgorde in de uitvoering van de activiteiten.
Overige activiteiten
Voor onderstaande activiteiten kan worden geïndiceerd omdat deze van invloed zijn op de sociale redzaamheid van de inwoner, en daarmee ook op de tijd die noodzakelijk is voor de begeleiding op de andere gebieden. De oplossing van onderstaande problemen ligt niet binnen de begeleiding maar bij voorliggende/ andere voorzieningen.
Hulp bij lezen, schrijven en rekenen:
Dit betreft het begrijpen en interpreteren van geschreven materiaal, het gebruiken van symbolen om informatie over te brengen en het toepassen van berekeningen.
Norm: 15 minuten per week.
Geld beheren:
Betreft activiteiten in het kader van eenvoudige financiële transacties.
Norm: 15 minuten per week.
Afhandelen van administratie:
Betreft hier openen en ordenen van de post, bespreken en acties uitzetten.
Norm: 15 minuten per week.
Gesproken taal begrijpen:
Betreft begrijpen van gesproken boodschappen en taalgebonden uitdrukkingen.
Norm: 15 minuten per week.
Begrijpelijk maken naar anderen:
Betreft het produceren van woorden, zinnen in spreektaal en het gebruik maken van gebaren en tekeningen om een boodschap over te brengen.
Norm: 15 minuten per week.
Een gesprek voeren:
Betreft het starten, continueren en beëindigen van het uitwisselen van gedachten en ideeën via spreken, schrijven, gebarentaal of andere vormen van taal.
Norm: 30 minuten per week.
De normtijden in de tabel hieronder zijn gebaseerd op de richtlijnen zoals die door het CIZ werden gebruikt. De ernst van de beperkingen bepaalt mede de hoogte van de indicatie. Matige beperkingen komen 1 tot meerdere malen per week voor, zware beperkingen minimaal 1 maal per dag. De genoemde normtijden zijn een richtlijn, gemotiveerd kan zowel naar boven als naar beneden worden afgeweken.
Frequentie problemen met een activiteit
Duur begeleiding per keer
Indicatie in uren per week
1x per week
60 minuten
1 uur
1x per week
60 minuten
1 uur
2 x per week
60 minuten
2 uur
3 x per week
30 minuten
1,5 uur
4 x per week
30 minuten
2 uur
5 x per week
15 minuten
1,25 uur
6 x per week
15 minuten
1,5 uur
1 x per dag
15 minuten
1,75 uur
2 x per dag
15 minuten
3,5 uur
3 x per dag
15 minuten
5,25 uur
4 x per dag
15 minuten
7 uur
Er kan extra worden geïndiceerd als:
er sprake is van ouders met matige tot ernstige beperkingen in de zelfredzaamheid die zorgdragen voor de opvoeding van een gezond kind, dan kan voor deze ouder(s) extra begeleiding van toepassing zijn. Dit is het geval wanneer het doel van de begeleiding is het ondersteunen bij, of het oefenen met het aanbrengen van structuur, of het voeren van de regie over de (nieuwe) gezinssituatie.
Normtijd: 1 uur per week, maximale duur 1 jaar.
er sprake is van oefenen naast de te geven begeleiding. Oefenen van vaardigheden/handelingen voor het aanbrengen van structuur of het voeren van regie, dient aangeleerd te zijn vanuit behandeling en kan zowel betrekking hebben op de inwoner als de mantelzorger. Doel van het oefenen is het verbeteren van de zelfredzaamheid.
Normtijd: 1 uur per week maximale duur 1 jaar.
er sprake is van begeleiding bij de uitvoer van de zelfzorg, Het gaat hierbij om de zogenoemde ‘zorg met de handen op de rug’. De inwoner kan de handelingen wel uitvoeren maar komt niet tot actie. Het gaat dan om toezicht, aansturen en stimuleren bij het zelf uitvoeren van deze persoonlijke zorg door de belanghebbende.
Normtijd: 1 uur per week.
er sprake is van zeer ernstige gedragsproblematiek. Dat houdt in dat er op tenminste drie van de vier terreinen sprake is van zware beperkingen: oriëntatiestoornissen, stoornissen in psychisch functioneren, stoornissen op gebied van probleemgedrag/veiligheid en beperkingen in de sociale redzaamheid. Er dienen zich op deze terreinen meerdere malen per dag ernstige problemen voor te doen. De objectivering van de zeer ernstige gedragsproblematiek vindt plaats op basis van informatie van een ter zake deskundige.
Normtijd: kan leiden tot maximaal 1 uur per dag.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5
Artikel 3.5.2
Begeleiding individueel
Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning