Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 5

Artikel 5.3

Veiligheid

Onderdeel van Handboek Kabels en Leidingen

1.. Alle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van de veiligheid. De op dit gebied van kracht zijnde voorschriften moeten op het werk beschikbaar zijn. 2.. Het personeel dat bij de werkzaamheden is betrokken moet zijn geïnstrueerd met betrekking tot de op de bouwplaats geldende wetten en regels ten aanzien van de veiligheid. Leidinggevend personeel van de uitvoerende partij en de vergunninghouder moeten erop toezien dat de van toepassing zijnde voorschriften worden nageleefd. 3.. Voor de aanvang van de werkzaamheden moet een Veiligheids- en Gezondheidsinstructie zijn opgesteld door vergunninghouder en aan de gemeentelijke toezichthouder kabels en leidingen zijn overhandigd en gemaild. In deze instructie moet minimaal het volgende zijn opgenomen: de van kracht zijnde veiligheidsvoorschriften; milieuvoorschriften; de wijze waarop verontreiniging van het milieu wordt voorkomen respectievelijk beheerst; de wijze waarop de afhandeling van calamiteiten en ongevallen wordt geregeld. 4.. De gemeentelijke toezichthouder kabels en leidingen controleert vanuit de publieke taakstelling van de gemeente of het werk veilig wordt uitgevoerd en is bevoegd om, bij onveilige situaties, correctieve maatregelen af te dwingen.

Rechtspraak bij dit artikel