Wanneer een individuele voorziening aangewezen is, informeert de jeugd en gezinswerker de jeugdige en zijn ouders over het door de gemeente gecontracteerde aanbod. Ook worden jeugdige en ouders geïnformeerd over de mogelijkheid om te kiezen voor een verstrekking van een persoonsgebonden budget, onder de voorwaarden zoals genoemd in de Jeugdwet en in artikel 7 lid 1 van de verordening. De jeugd- en gezinswerker wijst ouders in het gesprek expliciet op de mogelijkheid om hun bekwaamheid met betrekking tot het omgaan met een persoonsgebonden budget te testen op www.pgb-test.nl. Het testen is bedoeld om de ouder(s) bewust te maken van de taken en verantwoordelijkheden die horen bij het beheren van een persoonsgebonden budget. Hiermee kunnen zij een weloverwogen keuze voor persoonsgebonden budget of zorg in natura maken.
9.1 Wettelijke voorwaarden
Zoals bepaald in artikel 7, eerste lid van de verordening, beoordeelt de jeugd -en gezinswerker of de cliënt voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor een pgb. Naar oordeel van de medewerker van het Buurtplein dient de cliënt op eigen kracht voldoende in staat te zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, en in staat zijn de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren. Daarbij zijn de tien punten voor pgb vaardigheid het uitgangspunt voor de jeugd –en gezinswerker2https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorg-en-ondersteuning-thuis/documenten/publicaties/2019/08/26/10-punten-pgb-vaardigheden. Voorbeelden van contra-indicaties ten aanzien van de pgb vaardigheid zijn: problematische schulden, ernstige verslavingsproblematiek, aanmerkelijke verstandelijke beperking, ernstig psychiatrisch ziektebeeld, vastgestelde blijvende cognitieve stoornis, of onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal.
Indien de jeugd- en gezinswerker- of daar waar relevant een andere regievoerder – redenen heeft om te twijfelen aan de competenties ten aanzien van de budgetvaardigheid van de budgethouder of diens vertegenwoordiger kan;
een budgetcoach of vorm van budgetbeheer worden ingezet om te kijken of de vertegenwoordiger financieel zelfredzaam is.
de budgethouder/vertegenwoordiger worden gevraagd na een aangegeven periode een evaluatie/voortgangsverslag in te dienen.
De cliënt levert een ondersteunings- en budgetplan aan, waarin de cliënt samen met de ondersteuner afspraken inzake de gewenste ondersteuning vastlegt. Bij een hernieuwde aanvraag en dus een herbeoordeling worden de gestelde doelen uit het ondersteunings- en budgetplan geëvalueerd door de jeugd- en gezinswerker. In het ondersteunings- en budgetplan maakt de cliënt in ieder geval inzichtelijk:
waar de ondersteuning wordt ingekocht en waar de ondersteuning uit zal bestaan;
hoe aan de, in het verslag of gezinsplan omschreven doelen (SMART geformuleerd), wordt gewerkt
waarom voor deze ondersteuner is gekozen;
wie het persoonsgebonden budget gaat beheren;
wie uitvoering geeft aan het pgb;
waarom hij de ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget wil ontvangen;
welke salarisafspraken zijn gemaakt en;
hoe de continuïteit van de ondersteuning bij ziekte of andere uitval wordt gegarandeerd.
9.2 Spelregels pgb
Salarisafspraken
Naast het ondersteunings- en budgetplan moet de cliënt ook de zorgovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) invullen. Hierin worden afspraken over het aantal te leveren uren en uurtarieven vastgelegd.
De budgetbeheerder is verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de bestedingen uit het budget. De gemeente vindt het belangrijk dat de budgetbeheerder hier voldoende inzicht in heeft. Daartoe hanteert de gemeente dat een betaling via facturatie plaatsvindt en is een betaling via een vast maandloon niet mogelijk. Betaling via facturatie ondersteunt de controle op rechtmatigheid voor zowel budgetbeheerder als de gemeente. Dit geeft meer mogelijkheden om onrechtmatig of ondoelmatig besteedde middelen vast te stellen. Eventuele wijzigingen in het volume of de inhoud van de geleverde ondersteuning moeten door de budgethouder worden doorgegeven aan de SVB.
Het ondersteunings- en budgetplan en de zorgovereenkomst moeten door de consulent zijn goedgekeurd voordat de gemeente het pgb bij de SVB klaarzet. Bij de herbeoordeling van de indicatie wordt het ondersteunings- en budgetplan geëvalueerd. Ook kan de gemeente steekproefsgewijs controles uitvoeren. Indien de budgetbeheerder de besteding van het pgb niet adequaat kan verantwoorden, kan het college besluiten het pgb te beëindigen of (een deel van) het pgb terug te vorderen.
De cliënt aan wie een pgb is toegekend heeft de mogelijkheid om te kiezen voor een ondersteuner die een hoger tarief hanteert dan het maximale tarief uit het op dat moment van kracht zijnde Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem. Indien als gevolg hiervan sprake is van meerkosten, dan komen deze voor rekening van de cliënt. Indien als gevolg hiervan de cliënt minder ondersteuning inkoopt dan is geïndiceerd, dan is dit in beginsel toegestaan. Wel zal bij een herindicatie worden onderzocht wat de invloed van de lagere inzet op het beoogde resultaat is geweest.
Ondersteuning in het buitenland
Als ondersteuning is ingekocht buiten Nederland mogen de reis- en verblijfkosten hiervan niet worden betaald met een pgb. Daarnaast geldt dat voor het bieden van begeleiding aan de cliënt in het buitenland expliciet toestemming door de consulent moet worden gegeven. De consulent zal hierbij toetsen of de besteding van het pgb past binnen het ondersteuningsplan en de te behalen resultaatgebieden.
Een persoonsgebonden budget mag maximaal vier weken per jaar buiten Nederland worden besteed. Dit is gebaseerd op het aantal vakantiedagen waarop een werknemer over één jaar recht heeft, dit bedraagt vier maal de overeengekomen arbeidsduur per week (artikel 7:634 Burgerlijk Wetboek). Bij een vijfdaagse werkweek van acht uren per dag, 40 uren per week, is er dus minimaal recht op (4 x 40 = 160 uren) 20 volledige vakantiedagen per jaar.
Overige spelregels
Het pgb kent geen vrij besteedbaar bedrag en geen eenmalige uitkering. Tussenpersonen, belangenbehartigers en administratiekosten mogen niet uit het pgb betaald worden. In het geval de cliënt besluit voor het verstrijken van de geldigheidsduur van zijn beschikking de ondersteuning te beëindigen, dan vervalt het pgb op de dag dat de ondersteuning wordt beëindigd. Kosten die de ondersteuner bij een budgethouder in rekening brengt in verband met een opzegtermijn zijn niet te verhalen op de gemeente. Ook kosten die de ondersteuner de budgethouder in rekening brengt voor het niet nakomen van een afspraak kunnen niet worden verhaald op de gemeente.
Overgangsregeling bij aanpassen van bestaande pgb’s
In het Gewijzigd besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2022 zijn de (nieuwe) pgb-tarieven vastgesteld. Aanpassing van deze tarieven kan aanleiding zijn om bestaande pgb’s aan te passen. Ook een heronderzoek of een veranderende thuissituatie van de inwoner kan hiertoe aanleiding geven. Om bestaande pgb’s op een verantwoorde en acceptabele wijze aan te passen is een overgangsregeling nodig. Deze overgangsregeling voorziet in het afbouwen van de toegekende budgetten. Het verschil tussen het huidige toegekende budget en het nieuw vastgestelde budget is het afbouwbedrag.
Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn:
De duur van de afbouwtermijn hangt af van de duur van het toegekende pgb;
De afbouwtermijn (zowel duur als het afbouwbedrag) is afhankelijk van de mate waarin de pgb-houder afhankelijk is van het pgb;
De afbouwtermijn (zowel duur als het afbouwbedrag) is afhankelijk van de verplichtingen die hiermee gemoeid zijn;
De duur waarin de pgb-houder het huidige pgb ontvangt speelt geen rol bij de afbouwperiode;
Een overgangstermijn van een half jaar is redelijk in algemene zin;
Een kortere termijn kan in sommige gevallen gehanteerd worden, mits de inwoner tijdig (minimaal drie maanden) van de mogelijke komende wijzigingen op de hoogte is gesteld en/of er goede alternatieven geboden kunnen worden aan de inwoner.
De afbouwperiode voor van rechtswege afgelopen indicaties start op het moment dat de indicatie van de inwoner van rechtswege afloopt. De overgangsperiode ligt tussen de 3 en 6 maanden. Afhankelijk van de situatie van de inwoner en de impact van de beëindiging van de indicatie (en het pgb).
Wanneer de indicatie niet van rechtswege wordt beëindigd wordt met een besluit de afbouwperiode kenbaar gemaakt aan de budgethouder. De afbouwperiode start op het moment van ontvangst van dit besluit. In het besluit wordt de ingangsdatum bekend gemaakt; deze ligt tussen de 3 en 6 maanden na de bekendmaking. Verder wordt de reden van wijziging opgenomen en wordt beargumenteerd dat de benodigde hulp/zorg middels het nieuwe budget te betalen is (en/of blijft). De aanpassing van het pgb-tarief staat niet open voor bezwaar en beroep, omdat deze mogelijkheid voor het aanpassen is opgenomen in de verordening.
Tot aan een totaal afbouwbedrag van € 250,- per maand/€ 3.000 per jaar is er geen overgangsregeling. Iedereen moet voor deze teruggang een oplossing kunnen vinden in 3 maanden die er zijn voordat het besluit in gaat. De verrekening vindt plaats per maand in gelijke delen.
Vanaf een totaal afbouwbedrag van € 250,- per maand/€ 3.000,- per jaar geldt een afbouwperiode van een half jaar. De verrekening vindt plaats per maand in gelijke delen.
Vanaf een totaal afbouwbedrag van € 833,- per maand/€ 10.000,- per jaar geldt een afbouwperiode van een jaar. De verrekening vindt plaats per maand in gelijke delen.