Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2

Artikel 5.2.3

Zorgplicht

Onderdeel van Beleidsplan gladheidsbestrijding 2023 - 2026

Een belangrijk punt bij aansprakelijkstelling is de vraag of er sprake is van verwijtbaarheid van de wegbeheerder. Er is dus geen resultaatsverplichting. Er hoeft niet te worden gegarandeerd de weg altijd voldoende stroef is. Het is dus een inspanningsverplichting. Er mogen prioriteiten worden gesteld op basis van het belang van bepaalde wegen, maar ook op grond van kosten- en milieuoverwegingen. De bewijslast voor het aantonen van verwijtbaarheid ligt in beginsel bij de eisende partij. Vanwege de voorzienbaarheid van het fenomeen gladheid zal de wegbeheerder wel moeten aantonen dat op structurele wijze aan de zorgplicht is voldaan. Noodzakelijke middelen voor de wegbeheerder zijn hierbij: Een deugdelijk beleidsplan gladheidsbestrijding dat is vastgesteld en gepubliceerd met o.a. prioritering naar belang van wegen met voorzienbare risico’s bij gladheid Een systematiek voor gladheidsmelding (bijvoorbeeld een contract met een weerbureau, een eigen gladheid meldsysteem of door middel van eigen waarnemingen); Een goede administratie van gladheidsmeldingen, tijden en gereden strooiroutes, zodat aangetoond wordt dat uitvoering aan het beleidsplan is gegeven Beschikken over goed materieel; Consistentie in beleid en uitvoering.

Rechtspraak bij dit artikel