De uitvoering van de gladheidsbestrijding wordt verzorgd door medewerkers van de wijkteams. De komende beleidsperiode wordt jaarlijks geëvalueerd of het volledig strooien in eigen beheer nog steeds de beste keuze en uitvoerbaar is.
De keuze om het strooien in eigen beheer uit te voeren of uit te besteden is afhankelijk van de onderstaande factoren;
Het op orde houden van het personeelsbestand staat onder druk. Dit kan tot gevolg hebben dat het steeds moeilijker wordt om de gladheidbestrijding in eigen beheer te blijven uitvoeren.
Het klimaat is aan het veranderen waardoor het ene jaar veel gestrooid moet worden en het andere jaar juist weinig. Het merendeel van de strooiacties vinden plaats buiten reguliere werktijd. Deze overuren worden niet uitbetaald maar toegevoegd aan het verlofsaldo. Hoe meer strooiacties uitgevoerd zijn hoe meer verlofuren een medewerker heeft opgebouwd. Hierdoor kan het voorkomen dat het reguliere onderhoudswerk niet goed uitgevoerd kan worden als gevolg van personeelstekort tijdens de zomermaanden. Om deze onderhoudswerkzaamheden toch uit te voeren zal hiervoor een aannemer worden ingehuurd.
De verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de strooiwerkzaamheden ligt bij de gemeentelijke coördinatoren wijkteams uitvoering.
Taken coördinator
De coördinator die dienst heeft, neemt contact op met de medewerkers en geeft ze instructies bij aanvang van de dienst. Afhankelijk van het tijdstip en de weerssituatie bepaald de coördinator de inzet van ploegen en machines. Op het moment dat er strooiploegen actief zijn, is de coördinator bereikbaar.
Hij is oproepbaar op zijn mobile telefoon via het calamiteitentelefoonnummer 088-599 7000. Buiten kantooruren wordt dit nummer automatisch doorgeschakeld naar de coördinator die piketdienst heeft.
De coördinator verzorgt ook de administratie rondom de inzet van de strooiploegen.
Zo voert hij een logboek waarin wordt bijgehouden:
Op welk tijdstip de melding van waterschap Rivierenland is binnengekomen om te gaan strooien;
welke medewerkers zijn ingezet;
hoeveel tijd er is gewerkt;
welke bijzondere gebeurtenissen hebben plaatsgevonden tijdens de dienst;
welke prioriteiten zijn uitgevoerd;
wat het zoutverbruik is geweest;
eventueel de mengverhouding zout/zand;
communicatie met externen.
In geval van ziektes of bijzondere omstandigheden is de coördinator geïnformeerd en zorgt hij ervoor dat vervangers worden ingezet.
De coördinator zal bij de inzet van mensen en voertuigen altijd afwegen welke middelen ingezet moeten worden. De veiligheid van de medewerkers staat hierbij voorop. Zo kan in die gevallen waarbij er zeer grote gladheid is door ijzel besloten worden beperkt of niet te strooien. De coördinator dient het besluit om niet uit te rukken te overleggen met de netwerkmanager.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.9
Artikel 6.9.1
Inzet
Onderdeel van Beleidsplan gladheidsbestrijding 2023 - 2026