Afhankelijk van de ernst van het incident kan worden overgegaan tot het aan de eigenaar of houder van de gevaarlijke hond opleggen van een aanlijn- en muilkorfgebod voor de hond of kan worden overgegaan tot inbeslagname van de hond.
Het aanlijn- en muilkorfgebod geldt zolang de hond in leven is, met uitzondering van artikel 4 lid 3.