Naar hoofdinhoud
Het doel van de Wet Bibob is het waarborgen van de integriteit van het bestuursorgaan en het voorkomen van het faciliteren van criminele activiteiten. Uitgaande van dat doel zijn hieronder beleidsuitgangspunten geformuleerd van gevallen waarin de aanvraag voor een vergunning of een verleende vergunning aan een Bibob-toets wordt onderworpen. A. Bibob -toets bij aanvraag voor een vergunning Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag voor een: Alcoholwetvergunning voor de uitvoering van het horecabedrijf, als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet; Alcoholwetvergunning voor de uitvoering van het slijterijbedrijf, als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet; Exploitatievergunning openbare inrichting, als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening; Exploitatievergunning seksinrichtingen en escortbedrijven, als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening; Exploitatievergunning huisvestingvoorziening arbeidsmigranten, als bedoeld in artikel 2:81 van de Algemene Plaatselijke Verordening; Exploitatievergunning voor campings en recreatieparken, als bedoeld in artikel 2:38b van de Algemene Plaatselijke Verordening. B. Bibob -toets bij een reeds verleende vergunning De Bibob-toets kan eveneens worden toegepast ten aanzien van reeds verleende vergunningen. Dit kan onder meer het geval zijn wanneer bekend wordt dat tegen betrokkene in een andere gemeente bij een Bibob-toets een mindere of ernstige mate van gevaar is geconstateerd of wanneer er een bericht is ontvangen als bedoeld in artikel 11 en/of 26 van de Wet Bibob. C. Tipfunctie Artikelen 11 en 26 van de Wet Bibob geven het Landelijk Bureau Bibob, de officier van justitie en bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak die bevoegd zijn tot toepassing van de Wet Bibob de mogelijkheid om de burgemeester dan wel het college te informeren over de wenselijkheid een Bibob-advies aan te vragen (de zogenaamde 'tipfunctie'). Dit gebeurt indien er bij de bovengenoemde instanties gegevens bekend zijn die erop duiden dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds gepleegd zijn of naar redelijkerwijs vermoeden gepleegd zullen worden. In het geval dat gebruik wordt gemaakt van deze wettelijke tipfunctie vindt altijd een Bibob-toets plaats op de gevraagde of reeds verleende vergunning en wordt altijd advies gevraagd bij het Landelijk Bureau Bibob. D. Bijzondere gevallen Het kan voorkomen dat een gevraagde of verleende vergunning niet onder de hiervoor geformuleerde beleidsuitgangspunten valt, maar er toch aanleiding is om de vergunning aan een Bibob-toets te onderwerpen. Indien concrete informatie van de gemeente of informatie van één of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband van het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) hiertoe aanleiding geeft, kan er toch een Bibob-toets plaatsvinden. E. Uitzondering Wanneer een vergunning voor de uitoefening van het horecabedrijf (of een exploitatievergunning voor een openbare inrichting) wordt aangevraagd door een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, vindt er in beginsel geen Bibob-toets plaats. Deze uitzondering geldt niet: als op grond van informatie van de gemeente of informatie van één of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC een indicatie of een vermoeden bestaat dat er sprake kan zijn van criminele invloed op de exploitatie; als onderzocht wordt of een verleende vergunning op grond van de Wet Bibob moet worden ingetrokken; of als er gebruikt is gemaakt van de tipfunctie als bedoeld in artikel 11 dan wel 26 van de Wet Bibob.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel