Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.7

Artikel 32.

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde van de raad van Gulpen-Wittem 2023

1.. Raadsleden dienen schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 155 van de wet aan het college of de burgemeester in bij het desbetreffend orgaan waaraan de vragen zijn gericht. Schriftelijke vragen op grond van dit artikel worden schriftelijk beantwoord. 2.. Het college of de burgemeester brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college door plaatsing van de vragen in het raadsinformatiesysteem. 3.. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen één maand nadat de vragen zijn ingediend. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college of de burgemeester de raad gemotiveerd hiervan in kennis, waarbij tevens de termijn wordt aangegeven waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. 4.. De beantwoording wordt door het college of de burgemeester openbaar gemaakt door plaatsing in het raadsinformatiesysteem.

Rechtspraak bij dit artikel