1. Het is verboden om zonder vergunning van het bevoegd gezag een boom, houtopstand of landschapselement te vellen of te laten vellen en te kandelaberen of te laten kandelaberen.
2. Het is verboden om zonder vergunning van het bevoegd gezag een Bijzondere Boom te vellen of te laten vellen en te kandelaberen of te laten kandelaberen.
3. Het verbod in lid 1 geldt niet voor:
a. een boom die een stamomtrek heeft van minder dan 0,90 meter op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. Als een boom meerstammig is, is de omtrek van de dikste stam doorslaggevend;
b. een boom, houtopstand of landschapselement die moet worden geveld op basis van de Plantgezondheidswet of een aanschrijving op last van het bevoegd gezag;
c. een ondergeschikt restant van een houtopstand die door een storm of een andere calamiteit zodanig is beschadigd dat de houtopstand als verloren moet worden beschouwd, op voorwaarde van herplant;
d. het periodiek vellen van hakhout als uitvoering van het reguliere onderhoud, op voorwaarde van uitlopen. Voor de eerste keer vellen van het hakhout geldt het kapverbod wel;
e. het knotten van knotbomen als uitvoering van het reguliere onderhoud bij daarvoor geschikte boomsoorten. Voor de eerste keer knotten geldt het kapverbod wel;
f. het dunnen van een houtopstand voor de bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand.
4. In afwijking van het gestelde in deze verordening kan het bevoegd gezag toestemming geven tot direct vellen, als er sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, noodtoestand of andere uitzonderlijke situaties.