Het wettelijk kader voor vergunningverlening op het gebied van het omgevingsrecht bestaat in ieder geval uit de volgende wet- en regelgeving:
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);
Besluit omgevingsrecht (Bor);
Woningwet;
Bouwbesluit 2012;
Bouwverordening;
Wet ruimtelijke ordening (Wro);
Wet milieubeheer (Wm);
Activiteitenbesluit milieubeheer;
Wet natuurbescherming;
Bestemmingsplannen;
Monumentenwet;
Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
Wettelijk kader onder de Omgevingswet
Op 1 januari 2024 treedt (naar verwachting) de Omgevingswet in werking. Het wettelijk kader zoals hierboven omschreven, is dan (gedeeltelijk) niet meer van kracht. Vanaf het moment dat de Omgevingswet inwerking treedt, bestaat het wettelijk kader voor vergunningverlening op het gebied van het omgevingsrecht in ieder geval uit de volgende wet- en regelgeving:
De Omgevingswet;
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl);
Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal);
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl);
De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb);
Algemene Plaatselijke Verordening (APV);
Het (tijdelijke) gemeentelijke Omgevingsplan;
Omgevingsvisies.
Doelen van de wet- en regelgeving en gevolgen niet-naleving
Het doel van bovengenoemde regelingen is onder andere:
veilige en bruikbare bouwwerken, die geen gevaar opleveren voor de gezondheid;
veilige wijze van bouwen en slopen;
beschermen van monumenten;
een goede ruimtelijke ordening;
bewaken en beschermen van natuur en milieu;
bescherming van de natuur;
borgen van (verkeers-)veiligheid.
Het risico van het niet naleven van de wet- en regelgeving op het fysieke domein is dat bovenstaande doelen niet of onvoldoende worden bereikt; dat de veiligheid en gezondheid van inwoners worden aangetast, het milieu wordt vervuild of de bescherming van zeldzame flora en fauna niet is gegarandeerd. Deze risico’s perken we zoveel mogelijk in, doordat we de relevante wet- en regelgeving (soms uitgewerkt in aanvullend(e) gemeentelijk(e) beleid en regelgeving) altijd betrekken bij de besluitvorming over een omgevingsvergunning of melding, op de wijze omschreven in hoofdstuk 6 van het VTH-beleid Borger-Odoorn 2020, en de betrokken belangen afwegen. In elk besluit motiveren we hoe we dit doen en nemen we waar nodig extra voorschriften op.
Gemeentelijke uitgangspunten en doelstellingen 1 De verwachting is dat voor 1 juli 2023 nieuw VTH-beleid (vanaf dan zal dit de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H Strategie) heten) vastgesteld wordt. Dit nieuwe beleid treedt dan in de plaats van het oude beleid, voor zover hier in het Uitvoeringsprogramma naar verwezen wordt. Het kan dus voorkomen dat er andere uitgangspunten gelden dan hier genoemd worden.
In hoofdstuk 6 van het VTH-beleid Borger-Odoorn 2020 hebben we de volgende uitgangspunten en doelstellingen geformuleerd:
Uitgangspunten
Veiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid en woonaantrekkelijkheid moeten worden geborgd in de gemeente; het vergunningverleningsbeleid moet in dienst staan van deze ambitie.
De gemeente waarborgt rechtszekerheid voor burgers en ondernemers.
De gemeente zet bij vergunningverlening in op goede, toegankelijke, klantgerichte en zorgvuldige dienstverlening en communicatie.
De gemeente streeft naar afhandeling van vergunningaanvragen binnen de door de wet gestelde termijnen.
Bij vergunningverlening denken we mee en kijken we naar wat wél kan (‘ja, tenzij’-principe).
We wijzen inwoners en organisaties op hun eigen verantwoordelijkheid om te voldoen aan wet- en regelgeving bij een aanvraag om omgevingsvergunning en om draagvlak in de omgeving te creëren voor hun plannen.
Doelstellingen
Met inachtneming van de bovenstaande uitgangspunten stelt de gemeente stelt zich het volgende ten doel:
Bij elke vraag van een klant op het gebied van vergunningverlening omgevingsrecht wordt bekeken of vooroverleg zinvol is. Dit vooroverleg dient binnen zes weken afgerond te zijn.*
Vergunningverlening moet binnen de door de wet gestelde termijnen gebeuren.
* Uit voorgaande jaren is gebleken dat een behandeltermijn van vier weken voor het vooroverleg in de praktijk niet haalbaar is. Vooruitlopend op de nieuwe U&H Strategie verlengen we deze termijn naar zes weken. Dit lijkt een meer werkbare termijn. Dit is ook benoemd in het VTH-jaarverslag 2021.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1.
Artikel 3.1.2.
Wettelijk kader
Onderdeel van VTH-uitvoeringsprogramma 2023 gemeente Borger-Odoorn