Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.2.

Artikel 5.2.1.

Inzet van capaciteit per toezichtscategorie

Onderdeel van VTH-uitvoeringsprogramma 2023 gemeente Borger-Odoorn

Per categorie bespreken we de beoogde inzet is, waarbij aandacht wordt geschonken aan de berekende benodigde inzet op basis van voorgestelde prioriteiten en eventuele gemotiveerde afwijkingen daarvan. 1. Gemeentelijk toezicht op bouw Voor deze activiteiten geldt dat ze momenteel in principe door de gemeente worden uitgevoerd. Met de toepassing van het verbeterplan Kwaliteitscriteria VTH is ervoor gekozen een deel van de controles uit te laten voeren door een nog te bepalen externe partij. Deze externe partij is momenteel nog niet gevonden. Gemeentelijk toezicht op de bouw onder de Wkb Naar verwachting treedt op 1 januari 2023 de Wkb in werking. Deze nieuwe wet zorgt voor een verschuiving van verantwoordelijkheden als het gaat om toezicht op de bouw. Waar eerst wij als gemeente hier verantwoordelijk voor waren, wordt dit onder de Wkb belegd bij een private kwaliteitsborger. De gemeente blijft slechts het bevoegd gezag voor de vergunningverlening en handhaving. Met het verschuiven van de verantwoordelijkheid voor het toezicht op de bouw valt een deel van het gemeentelijke werk weg. Dit wil echter niet zeggen dat er ook daadwerkelijk minder werk is voor ons als gemeente. Waar het toezicht wegvalt, komen er op het gebied van administratieve last (monitoren of termijnen gehaald worden) en andere controles meer werkzaamheden bij. Er wordt dus nog niet uitgegaan van een daadwerkelijke lagere hoeveelheid werk per bouwproject. 2. Gemeentelijk toezicht op evenementen (in overeenstemming met evenementenbeleid) Het toezicht op grote evenementen wordt in lijn met het evenementenbeleid uitbesteed aan externe partijen. Veiligheidszorg Drenthe controleert bij evenementen waar personen onder achttien jaar aanwezig zijn. De omvang van deze inzet is niet vooraf bekend, maar is outcome gericht weggezet in dit programma. Ook de VRD voert controles uit bij evenementen. In bijlage 5 is de planning van inzet door de VRD terug te vinden. De gemeente heeft zelf 92 uren geraamd voor toezicht bij evenementen. 3. Toezicht op de DHW Vergunningverlening, toezicht en handhaving op de DHW wordt uitgevoerd in overeenstemming met het Alcoholpreventie- en handhavingsplan 2020-2024 'Ontnuchterend!'. In dit plan stelt de gemeente zich het volgende ten doel: Preventief inzetten op informeren van jongeren en hun ouders over de schadelijke gevolgen van alcohol- en lachgas gebruik. Afname van alcoholgebruik en van de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik onder de achttien jaar. Signaleren en terugdringen van problematisch alcoholgebruik bij zowel volwassenen als jongeren onder de 18. Stijging realiseren van het aantal positieve controles en terugdringen van het aantal incomplete of onjuiste vergunningen bij horecagelegenheden, detailhandelaren en paracommerciële organisaties. De prioriteit gaat daarbij uit naar de doelgroep onder de achttien en tussen de achttien en 24 jaar. De uitvoering van dit toezicht wordt verzorgd door externe partijen, zoals de Stichting Veiligheidszorg Drenthe. De toezichtactiviteiten door Veiligheidszorg Drenthe en/of andere externe partijen worden conform onderlinge afspraken ingepland. In het Alcoholpreventie- en handhavingsplan 2020-2024 'Ontnuchterend!' staan de stappen beschreven die zullen worden ondernomen om de gestelde doelen te halen. 4. Toezicht op gebruik van bouwwerken Dit toezicht wordt uitgevoerd door twee partijen. De gemeente handelt zelf het toezicht af op activiteiten die te maken hebben met strijdig gebruik van bouwwerken en het handelen zonder afwijking. Daarnaast houdt de VRD toezicht met betrekking tot brandveiligheid en brandveilig gebruik van gebouwen. Deels vindt dit fysiek (ter plekke) plaats, maar ook een deel van de controles wordt op afstand gedaan. Deze verdeling is terug te vinden in bijlage 5. In onderstaande een omschrijving van taken die de VRD voor de gemeente uitvoert. Toezicht op gebruik bouwwerken VRD Advisering op brandveiligheid bij aanvragen omgevingsvergunningen Vanwege de specifieke deskundigheid op het gebied van brandveiligheid worden alle relevante omgevingsvergunningen, onderdeel bouwen (m.u.v. aanvragen voor een eengezinswoning), aan een adviseur van het team Risicobeheersing van de VRD voorgelegd voor advies. Hetzelfde geldt voor de aanvragen omgevingsvergunningen brandveilig gebruik. Deze aanvragen worden ook aan een adviseur van de VRD voorgelegd voor advies. Ook meldingen van tijdelijk afwijkend gebruik dan waarvoor in het verleden een vergunning is afgeven, worden voor advies aan de VRD voorgelegd. Met name in die situaties waar geslapen wordt in gebouwen die daar niet voor zijn bedoeld, is afstemming noodzakelijk om in voorkomende gevallen de uitrukkende brandweervoertuigen niet voor verrassingen komen te laten staan. De VRD toetst alle aanvragen omgevingsvergunningen aan geldende wet- en regelgeving, maar adviseert daarbij ook op een risicogerichte manier op de plannen. Dit om de brandveiligheid te vergroten. Dit jaar treedt, naar verwachting, de Omgevingswet in werking. Samen met de gemeente bereidt de VRD zich hier op voor door het oefenen met de omgevingstafels. Toezicht op brandveiligheid De VRD voert namens de gemeente Borger-Odoorn het toezicht op brandveiligheid uit. Dit doet de VRD op een risicogerichte manier. Dit betekent dat men, naast de geldende wet- en regelgeving, meer vanuit de aanwezige risico’s in en rond een bouwwerk toezicht uitvoert en daar op adviseert. Middels een risico inschatting zijn de gebruiksfuncties ingedeeld in een risicoklasse. Zo zijn de gebouwen waar niet-zelfredzame personen aanwezig zijn, gevaarlijke stoffen zijn opgeslagen of waarbij een gelijkwaardige brandveiligheid is toegepast in gedeeld in een hogere risicogroep. De wij ze waarop toezicht gehouden wordt op brandveiligheid bij de verschillende gebruiksfuncties is weergegeven in de risicomatrix van de VRD (zie bijlage). Er zijn met de gemeente afspraken gemaakt over de ze andere aanpak van het toezicht zoals in de risicomatrix wordt weergegeven. De kern van deze aanpak is dat men in gesprek gaat met de gebruikers om de veiligheid van het object integraal te beoordelen en samen tot een aanpak te komen die de risico’s op slachtoffers/schade minimaliseert. De gedacht er achter is dat bij deze aanpak de gebruiker mee wordt genomen in het denken over brandveiligheid, de risico’s van het niet naleven van regels en zelf in staat is om ook in de toekomst brandveiligheid te optimaliseren. Daarnaast is gekeken in voor welke functies toezicht ook anders gerealiseerd kan worden. Voor de minder risicovolle objecten is gekozen om dit op een andere manier te doen dan het standaard toezicht. Met de risicogerichte aanpak kunnen we toezicht als volgt indelen: Bezoek aan bedrijf: een toezichthouder maakt een afspraak voor een controle ter plaatse. Het toezicht vindt risicogericht plaats. Samen met de gebruiker wordt gekeken wordt gekeken wat de risico’s zijn en hoe dit verbeterd kan worden. Geen Nood bij Brand (GNBB): dit traject is een vorm van risicogericht toezicht, toegespitst op de zorginstellingen. De basis blijft de geldende wet- en regelgeving, maar GNBB is een wijze van toezicht gericht op de bewustwording van brandveiligheid in de betreffende zorginstelling. Samen met het zorgpersoneel, directie en evt. bewoners wordt een ronde gemaakt in het gebouw waarbij wordt gekeken wat realistische brandscenario’s en risico’s zijn en wat er gezamenlijk aan gedaan kan worden om de risico’s op brand te verkleinen. Het traject GNBB is een keuze voor de zorginstellingen; wanneer er voor gekozen wordt dit niet te willen, wordt er door de VRD op een regulier wijze toezicht gehouden. Lessen op scholen: de onderwijsfunctie krijgt geen toezicht meer. Wel kunnen scholen zich aanmelden voor lessen over brandveiligheid op school Brandveilig Leven: binnen de VRD houdt het team Brandveilig Leven zich bezig met alle aspecten van Brandveilig Leven. Voor met name woongebouwen wordt op deze manier gewerkt. Op verzoek van woningstichtingen of Vereniging van Eigenaren geeft de VRD voorlichting. Evenementen: bij de grotere evenementen wordt de advisering gedaan door het team Evenementen van de VRD. Op verzoek van de gemeente kan een adviseur meelopen met de controles. Projectmatige aanpak: er is ruimte om elk jaar een bepaalde functie projectmatig samen met de gemeente aan te pakken. Denk hierbij aan brandveiligheid in keten, winkels of B&B. De VRD zal de objecten die voorheen onder de Online Zelfcontrole vielen ook projectmatig oppakken. Uit onderzoek van een student bij de VRD (afstudeerscriptie) is gebleken dat de Online Zelfcontrole niet het door ons gewenste effect heeft gehad. Om die reden zullen we bij bovengenoemde objecten op een projectmatige wijze (fysiek) toezicht gaan houden. 5. Toezicht door RUDD op milieu Het volledige milieu-gerelateerde toezicht, zowel ten aanzien van objecten als in gebieden en inclusief toezicht op slopen (i.v.m. asbestverwijdering) is uitbesteed aan de RUDD. Jaarlijks wordt in het jaarprogramma van de RUDD uiteengezet hoeveel uren besteed worden aan bijvoorbeeld het toezicht dat zij uitvoert voor Borger-Odoorn. In het jaarprogramma van de RUDD over 2023 is 3392 uren ingekocht voor toezicht en handhaving. Daarbij is 201 uren ketentoezicht ingecalculeerd. Er is ruimte voor 267 uren bodemtoezicht. De planning van de RUD voor 2023 is terug te vinden in bijlage 3 van dit programma. De gemeente voert op dit gebied zelf geen toezicht uit en hiervoor is dan ook geen capaciteit ingeruimd. Het uitgebreide jaarprogramma van de RUD is inzichtelijk via hun website. 6. Toezicht door gemeente op gebruik openbare ruimte Voor het toezicht op het gebruik van de openbare ruimte (voornamelijk op basis van de APV) wordt gewerkt met outcome gerichte indicatoren. Deze worden toegelicht in paragraaf 5.2.2. 7. Toezicht in het sociaal domein Het toezicht in het sociaal domein wordt door verschillende partijen uitgevoerd. Zowel de gemeente Emmen (Participatiewet) als de GGD (Wet kinderopvang, ook op basis van het Afwegingsmodel handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen) voeren toezicht uit namens de gemeente Borger-Odoorn. Daarnaast is de afdeling Sociaal Domein van de gemeente verantwoordelijk voor het toezicht op de Wmo en de Jeugdwet. Visible houdt toezicht op de Wmo voor de gemeente. Deze organisatie heeft gespecialiseerde en ervaren toezichthouders in dienst. De reden voor deze verandering is dat het – na het vertrek van de ambtenaar belast met het toezicht op de Wmo – niet is gelukt om op de arbeidsmarkt vervanging te vinden. Dit speelt overigens niet alleen in Borger-Odoorn, maar ook in omringende gemeenten zoals de gemeente Coevorden. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Voor de Wmo zijn voor 2023 de volgende speerpunten opgesteld. Speerpunt: Verdere vormgeving van de samenwerking tussen het sociaal domein en het domein van openbare orde en veiligheid middels het RIEC-project Speerpunt: Een eerste beeld vormen over de kwaliteit en rechtmatigheid van Wmo zorgaanbieders op basis van e eerste bevindingen van de preventieve onderzoeken Speerpunt: Signaalgestuurd toezicht uitvoeren bij de jeugdwet en Wmo. Acties ten aanzien van de genoemde speerpunten: Ongeveer 80% van de tijd gaat naar de uitvoering van preventieve onderzoeken Ongeveer 20% van de tijd is beschikbaar voor overleg, evaluatie, advies en afstemming Opleveren aanbevelingen RIEC-project Evaluatie van het eerste jaar onder de nieuwe werkwijze omtrent toezicht Deelname aan het provinciale toezichthoudersoverleg. Er wordt gebruikgemaakt van een combinatie van signaalgestuurd en preventief toezicht. Het uitgangspunt is dat signaalgestuurd toezicht voorrang krijgt boven preventief toezicht. In het geval van een melding of een calamiteit zal deze dus als eerste nader onderzocht worden. Participatiewet Voor toezicht en handhaving op de Participatiewet is de volgende outcome indicator geformuleerd. Doelstelling: Het bevorderen van een rechtmatige uitvoering van de Participatiewet door het actief reageren op signalen, meldingen en bij de aanvraag voor een uitkering. Acties: De Stichting Inlichtingenbureau Gemeenten (IB) verzorgt het gegevensverkeer van de gemeente met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), de Belastingdienst (BD) en de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW) in het kader van de bestrijding van witte fraude. Wanneer er een signaal van het inlichtingenbureau wordt ontvangen wordt er een onderzoek gestart. Het gaat om samenloopsignalen. Bijvoorbeeld wanneer iemand een uitkering ontvangt en er ook loon wordt doorgegeven aan de belastingdienst. Men kan een melding doen bij de gemeente als het vermoeden bestaat dat een persoon met een bijstandsuitkering handelt in strijd met de Participatiewet. En daardoor misschien geen of minder recht op bijstand heeft. Er is een telefoonnummer waar naartoe kan worden gebeld om hiervan melding te maken. Deze meldingen worden door de gemeente Emmen op volgorde van binnenkomst onderzocht. Daarnaast doet ook de politie melding wanneer zij vermoeden dat er in strijd met de Participatiewet wordt gehandeld. De meldingen van de politie zijn een prioriteit. En gaan voor meldingen die (anoniem) telefonisch worden gedaan. Reden hiervoor is onder andere de grotere slagingskans. Van inkomensconsulenten wordt (eventueel in samenwerking met de sociale recherche) alertheid verwacht om te voorkomen dat uitkeringen onterecht worden toegekend. De inkomensconsulent wijst aanvrager op alle aspecten die van invloed kunnen zijn op de uitkering. Meten: De uitkomsten van de signalen en meldingen worden bijgehouden door de gemeente Emmen. We hebben hierdoor inzage in de hoeveelheid meldingen die leiden tot handhaving. En in hoeveel van de gevallen geen handhaving nodig is. Door het bijhouden van de aantallen kan worden gemeten of meer, evenveel of minder signalen leiden tot handhaving dan in voorgaande jaren. Hierdoor kan worden vastgesteld of er sprake is van een toe- of afname van de naleving van de wet- en regelgeving. Wat wel van belang is om in het oog te houden is dat dit inzage geeft in de resultaten van reactief toezicht. Signalen van inkomensconsulenten die zien op de aanvraag worden besproken in het juridisch kwaliteitsoverleg en tot eventuele vervolgacties wordt daar besloten. Inspecties Kinderopvang De toezichthouder van de GGD bezoekt namens de gemeente jaarlijks alle geregistreerde kinderopvanglocaties, de zogenaamde reguliere inspecties. Opvanglocaties die regulier geïnspecteerd worden zijn kinderdagverblijven, kinderdagverblijven met een registratie van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), buitenschoolse opvang, gastouderbureaus, nieuwe gastouders en een steekproef (50%) bij geregistreerde gastouders. Daarnaast voeren de toezichthouders de onvoorziene inspecties uit, waarvan er drie typen zijn. Het eerste type zijn de onderzoeken die voor en na registratie van een nieuwe opvanglocatie (zonder of met VE-registratie) worden uitgevoerd. Het tweede type zijn incidentele onderzoeken, waarbij naar aanleiding van een concrete aanleiding, zoals klachten of signalen, gekeken wordt naar de naleving van de regels. Een incidenteel onderzoek wordt ook uitgevoerd bij een aanvraag tot wijziging, bijvoorbeeld een uitbreiding van het aantal kindplaatsen of een houderwijziging. Het derde type onvoorziene inspecties zijn nadere onderzoeken, die plaatsvinden als na een regulier of incidenteel onderzoek tekortkomingen zijn geconstateerd. Ook het aantal onvoorziene inspecties wordt jaarlijks geprognotiseerd, waarbij rekening gehouden wordt met de aantallen in voorafgaande jaren, landelijke en regionale ontwikkelingen. Daarnaast voeren de toezichthouders de onvoorziene inspecties uit, waarvan er drie typen zijn. Het eerste type zijn de onderzoeken die voor en na registratie van een nieuwe opvanglocatie (zonder of met VVE-registratie) worden uitgevoerd. Het tweede type zijn incidentele onderzoeken, waarbij naar aanleiding van een concrete aanleiding, zoals klachten of signalen, gekeken wordt naar de naleving van de regels. Een incidenteel onderzoek wordt ook uitgevoerd bij een aanvraag tot wijziging, bijvoorbeeld een uitbreiding van het aantal kindplaatsen of een houderwijziging. Het derde type onvoorziene inspecties zijn nadere onderzoeken, die plaatsvinden als na een regulier of incidenteel onderzoek tekortkomingen zijn geconstateerd. Ook het aantal onvoorziene inspecties wordt jaarlijks per gemeente geprognotiseerd, waarbij rekening gehouden wordt met de aantallen in voorafgaande jaren, landelijke en regionale ontwikkelingen. Landelijke ontwikkelingen Wet Kinderopvang Gastouderopvang (GO) 5 % van de gastouders werd jaarlijks bezocht en er was (te) weinig zicht op de kwaliteit. Vanaf 2023 is het bij wet geregeld om de jaarlijkse steekproef op te hogen naar minimaal 50% van het aantal voorzieningen voor gastouderopvang. Daarbij is opgenomen dat een voorziening voor gastouderopvang minimaal eens per drie jaar in de steekproef opgenomen moet zijn. Flexibele inspectie Met de flexibele inspectieactiviteit is de vaste (verplichte) set minimaal te toetsen items grotendeels losgelaten. Verplicht blijft bij de inspecties het toetsen van de VOG en inschrijving in het PRK, VE (indien van toepassing) en het aan toezicht onderwerpen van de ‘Pedagogische kwaliteit’. Het grotendeels loslaten van de verplichte items biedt voor gemeente en toezichthouder ruimte voor ‘toezicht op maat’. Flexibilisering van toezicht vergroot de onvoorspelbaarheid, geeft de gelegenheid meer diversiteit in onderwerpen aan toezicht te onderwerpen en daarmee de effectiviteit van toezicht en de kwaliteit van kinderopvang. In 2023 houdt de GGD rekening met 41 onvoorziene inspecties voor de gemeente Borger-Odoorn, hieronder een specificatie: 5 onderzoeken voor registratie (OVR); 3 onderzoeken na registratie (ONR); 6 nadere onderzoeken of herstelaanbod; 9 incidentele onderzoeken 18 steekproeven onder geregistreerde gastouders (GO). 8. Overig toezicht Dit is toezicht op een restcategorie aan activiteiten waarbij toezicht door gemeente wordt uitgevoerd maar die niet binnen een speerpunt uit het VTH-beleid vallen. Dit betreft naar schatting 61 uur aan personele inzet.

Rechtspraak bij dit artikel