In dit statuut wordt verstaan onder:
Financiering
Het aantrekken van de benodigde financiële middelen voor een periode van tenminste één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen als vreemd vermogen.
Kasgeldlening
Lening (zowel opnamen, als uitzettingen) voor een bepaald bedrag en een vaste periode met een looptijd van 15 dagen tot 2 jaar minus 1 dag.
Kasgeldlimiet
Kwantitatieve norm op basis van de Wet Fido. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het totaal van de lasten die in de begroting zijn geraamd.
Koersrisico
Risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
Kredietrisico
Het risico dat uitgezette (belegde) middelen niet worden terugontvangen.
Liquiditeitsplanning
Een prognose van inkomende en uitgaande geldstromen.
Onderhandse lening
Schuldbekentenis op naam, die optimaal kan worden afgestemd op de wensen van geldgever en geldnemer.
Prudent
Betreft het “als een goed huisvader” omgaan met publieke middelen
Publieke taak
Omvat de wettelijke taken en de overige taken die de Raad door vaststelling van de Programmabegroting tot de publieke taak rekent.
Rating1 Een nadere uitleg over de kwalificering van de ratings is te vinden in bijlage 1
Inschatting door instituten als Moody’s en Standard & Poor’s van de kans op eventuele wanbetaling bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier.
Renterisico
Het effect op de financiële resultaten van de gemeente voortvloeiende uit renteontwikkelingen.
Renterisicobeheer
Spreiding van toekomstige renterisico’s op korte en lange termijn ter voorkoming van overmatige blootstelling aan renteontwikkelingen.
Renterisiconorm
Kwantitatieve norm op basis van de Wet FIDO ter bevordering van een goede spreiding in de rente-aanpassingsmomenten van de langlopende leningen (1 jaar of langer).
De renterisiconorm bedraagt 20% van het totaal van de vaste schuld per 31 december.
Rentetypische looptijd
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de lening niet-beïnvloedbare constante rentevergoeding.
Rentevisie
Toekomstverwachting over de renteontwikkelingen.
Risicomanagement
Het inzichtelijk maken van toekomstige risico’s en het beheersen, verminderen en spreiden daarvan.
Risicobeheer
De uitvoering van het risicomanagement.
Saldobeheer
Het beheer van de dagelijkse saldi op de bankrekeningen.
Treasurybeleid
Bestaat uit uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, organisatorische en administratieve kaders, informatievoorziening en de administratieve organisatie voor de uitvoering van de Treasuryfunctie.
Treasuryfunctie
Alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.