Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet of Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening.
Inkomen
Met inkomen wordt bedoeld het inkomen zoals bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet. In afwijking hiervan wordt algemene bijstand voor de beoordeling van het recht op individuele inkomenstoeslag ook in aanmerking genomen als inkomen. Bijzondere bijstand kan niet als inkomen in aanmerking worden genomen. Aangezien individuele inkomenstoeslag een vorm van bijzondere bijstand is, is het niet nodig expliciet te bepalen dat een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing moet worden gelaten bij de vaststelling van het inkomen. Het wordt niet wenselijk geacht een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslag in aanmerking te nemen als inkomen, omdat dit het ongewenst effect zou hebben dat een persoon geen recht op een individuele inkomenstoeslag heeft omdat hij een te hoog inkomen heeft gehad in de referteperiode vanwege een eerder verstrekte toeslag.
Peildatum
De peildatum is de dag waarop het recht op individuele inkomenstoeslag is ontstaan. Dit is het moment waarop aan de voorwaarde langdurig laag inkomen is voldaan. Voor de toepassing van de individuele inkomenstoeslag mag de peildatum niet liggen voor de aanvraagdatum.
In de praktijk komt de peildatum meestal overeen met de meldingsdatum.
In de praktijk houdt het vorenstaande in:
hoofdregel is dat de individuele inkomenstoeslag wordt verleend met ingang van de datum waarop het recht is ontstaan;
is het recht al vóór de aanvraagdatum ontstaan?
dan wordt het recht op individuele inkomenstoeslag per datum aanvraag toegekend.
Referteperiode
Onder de referteperiode wordt verstaan: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum.
Bijstandsnorm
Voor de definitie van het begrip bijstandsnorm wordt aansluiting gezocht bij artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet: de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Participatiewet verminderd met de op de grond van paragraaf 3.3, door het college vastgestelde verlaging. In dat geval wordt onder ‘bijstandsnorm’ verstaan de kostendelersnorm. Een belanghebbende voldoet hierdoor minder snel aan de voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen omdat de kostendelersnorm lager is dan de reguliere bijstandsnorm.
Hoofdstuk
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2020 Vlieland