Het college stelt regels vast gericht op:
een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken en budgetten aan de organisatie- eenheden;
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden gericht op het waarborgen van de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen;
de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van toegewezen budgetten en investeringskredieten;
de taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
de te maken afspraken met de organisatie eenheden over te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;
de steunverlening en toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Hoofdstuk 4
Artikel 22