Gebruikelijke hulp is hulp waarvan de gemeente vindt dat die naar algemeen aanvaarde opvattingen in alle redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. De gemeente onderzoekt bij elke ondersteuningsvraag of inzet van gebruikelijke hulp een passende oplossing is.
Wie horen er bij een huishouden:
gehuwden of samenwonenden; of
samenwonende ouder(s) en/of andere verzorger(s) of opvoeder(s) en kind(eren).
huisgenoten die een gezamenlijk huishouden voeren
Als er meer hulp nodig is dan in redelijkheid van iemand kan worden gevraagd, is er sprake van niet-gebruikelijke hulp. Dat wil overigens niet zeggen dat een huisgenoot niet in staat is om die hulp te bieden.
Voor het vaststellen van de mogelijkheid van het bieden van niet-gebruikelijke hulp moeten de volgende vragen worden gesteld:
Is de huisgenoot in staat om de noodzakelijke hulp te bieden (de hulp is niet professioneel, bijvoorbeeld)?
Is de huisgenoot beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden?
Levert dit voor de huisgenoot die de noodzakelijke hulp biedt, geen overbelasting op waarbij druk bezet zijn geen argument is om geen gebruikelijke hulp te hoeven leveren?
Ontstaan er, door het verlenen van de noodzakelijke hulp door de huisgenoot, geen financiële problemen?
Door specifieke omstandigheden van de aanvrager (waaronder persoonskenmerken en gezinssituatie) kan bij één (of meerdere) van de vragen worden geconstateerd dat de gebruikelijke hulp niet kan worden geleverd. De hulp kan dan niet binnen de leefeenheid/het huishouden worden opgelost. Er is sprake van een noodzaak voor hulp van buiten het huishouden. Die hulp kan in de vorm van mantelzorg (vrijwilligers), hulp door personen in het sociale netwerk of professionele hulp.
Hoofdstuk
Artikel 3.6
Gebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Uithoorn 2023