** 1. .** De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, evenals de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.
** 2. .** De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles.
** 3. .** Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek (afstemmings-)overleg plaats tussen de accountant en het auditcomité van de raad, , de portefeuillehouder financiën, de gemeentesecretaris/ algemeen directeur, de (concern-) controller en de senior adviseur financiën.