Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 25.

Werken in of met verontreinigde grond

Onderdeel van Nadere regels algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Westerkwartier 2023

1.. De grondroerder werkt volgens de CROW-publicatie 400 “Werken in en met verontreinigde bodem”. 2.. Om na te gaan of de voorgenomen graafwerkzaamheden mogelijk zullen plaatsvinden in verontreinigde bodem, voert de grondroerder ten minste historisch vooronderzoek uit en in sommige gevallen tevens een bodemonderzoek. De eerste fase van het historisch vooronderzoek verloopt via het digitale bodemloket. 3.. Indien de geplande werkzaamheden in de bodem meer dan 25 meter buiten de op het bodemloket aangegeven locatiecontouren worden uitgevoerd, is geen verder bodemonderzoek nodig. Mocht de grondroerder zintuigelijke waarnemingen doen die duiden op een mogelijke verontreiniging in de bodem dan moet de zorgplicht in acht worden genomen. Voor verder vragen over eventuele bodemgegevens in de gemeente Westerkwartier kunt u contact op nemen met team Duurzaamheid van de gemeente, bereikbaar onder algemeen tel.nr. 140594. Voor de aan- en afvoer van grond gelden de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. Voor veilig en zorgvuldig werken aan kabels en leidingen in mogelijk verontreinigde bodem is de CROW-publicatie 400 “Werken in en met verontreinigde bodem” opgesteld. 4.. Indien er wel samenloop is met de bekende locatiecontouren, of het werk binnen 25 meter van zo'n contour wordt uitgevoerd, is aanvullend historisch vooronderzoek noodzakelijk. Zo nodig voert de initiatiefnemer vervolgens aanvullend en/of nader bodemonderzoek uit. 5.. De initiatiefnemer bepaalt zelf of ze haar kabels en leidingen in verontreinigde bodem wil leggen. De verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de werknemers (Arbowetgeving) en voor de eventuele aantasting van kabels en leidingen door bodemverontreiniging ligt bij de initiatiefnemer. 6.. Komt een grondroerder vervuilde grond of grondwater tegen die niet bekend was bij de gemeente, dan wordt dit direct gemeld bij de directie en wordt het werk gestaakt. Daarna worden er passende maatregelen genomen in samenspraak met de toezichthouder Wet bodembescherming. 7.. Overtollige grond wordt afgevoerd naar een erkende verwerker of hergebruikslocatie. Verwerken van de overtollige grond in de directe omgeving van het werk is alleen toegestaan binnen de regels van het Besluit bodemkwaliteit. Indien (aanvul)grond wordt aangevoerd van buiten de locatie, wordt dit op grond van het Besluit bodemkwaliteit vooraf worden gemeld bij het Meldpunt Bodemkwaliteit. Dit geldt ook voor de eventuele tijdelijke opslag van (aanvul)grond op het werkterrein of op een ander terrein.

Rechtspraak bij dit artikel