De netbeheerder dient te zorgen voor de bereikbaarheid van de hulpdiensten. Hiervoor gelden de volgende aanvullende voorwaarden:
De minimale doorrijbreedte voor hulpdiensten is minimaal 3,50 meter en moet altijd gewaarborgd zijn;
De werkzaamheden moeten op zodanige wijze worden uitgevoerd dat te allen tijde per rijrichting minimaal één rijstrook beschikbaar is;
Als er een straat toch moet worden geblokkeerd, dan met niet meer dan één afsluiting per straat.
De minimale doorrijhoogte bedraagt 4,20 m.
Toegangen tot belendende percelen mogen niet worden geblokkeerd.
Gewone uitgangen en nooduitgangen moeten worden vrijgehouden; de vrije doorgang dient te allen tijde te zijn gegarandeerd over de volle breedte van de uitgangen en nooduitgangen (minimaal 2 m).
De tijdsduur van de werken/afzettingen moeten worden aangegeven.
Direct na gereed komen van het grondwerk moeten een zodanige verhardingslaag aangebracht worden dat de weg bereden kan worden door hulpdiensten.
De opstelplaats voor redvoertuigen moet een obstakelvrije ruimte omvatten van 5,5 bij 10 meter en een stempeldruk van 10 tn/m2 te kunnen weerstaan.
Hoofdstuk 7
Artikel 34.
Hulpdiensten
Onderdeel van Nadere regels algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Westerkwartier 2023