Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 11

Wijziging in exploitatie

Onderdeel van Verordening speelautomatenhallen

1. De exploitatievergunning vervalt indien de exploitant de exploitatie van de speelautomatenhal beëindigt. 2. Indien de beëindiging van de exploitatie het gevolg is van het overlijden van de exploitant, alleen voor zover de exploitant een natuurlijk persoon betreft, gedurende de looptijd van de vergunning en voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, vragen de rechtsopvolgers onder algemene titel binnen acht weken een nieuwe exploitatievergunning aan ter voortzetting van de exploitatie voor de resterende vergunde termijn. Deze aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden in deze verordening, met uitzondering van artikel 3 sub a, b, f, g en h en artikel 4. De nieuwe vergunning kan maximaal voor de resterende looptijd van de vorige vergunning worden voortgezet. 3. Indien de exploitatievergunning ingevolge het eerste lid is vervallen of is ingetrokken en de burgemeester tot het verlenen van een nieuwe exploitatievergunning wil overgaan, geeft de burgemeester toepassing aan de procedure, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 6. 4. Indien er enige wijziging plaats gaat vinden in de verdeling van de aandelen waarbij een nieuwe aandeelhouder toetreedt, dan wel in het bestuur waarbij een nieuwe bestuurder toetreedt, dan dient dit vooraf te worden gemeld zodat toepassing kan worden gegeven aan het bepaalde in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob). 5. Zolang op een tijdig ingediende aanvraag tot wijziging van de vergunning als bedoeld in lid 2 en 4 niet is beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan met inachtneming van de voorschriften en beperkingen die zijn verbonden aan de vervallen exploitatievergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel