1. De vergunning wordt gesteld ten name van de exploitant en is niet overdraagbaar.
2. In de vergunning wordt de naam vermeld van de beheerder(s) en/of de bedrijfsleider(s).
3. De vergunning wordt verleend voor bepaalde tijd voor de duur van 15 jaar.
4. Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben -naast de in de wet genoemde vereisten - in elk geval betrekking op:
a. de opening- en sluitingstijden van de speelautomatenhal;
b. het toezicht in de speelautomatenhal;
c. het aantal en type kansspelautomaten dat mag worden opgesteld met inachtneming van artikel 2 lid 3 van deze verordening;
d. de exploitatie van de speelautomatenhal.
5. In een speelautomatenhal is geen verkoop of aanwezigheid van alcohol toegestaan. Indien in hetzelfde gebouw een of meerdere horecagelegenheden aanwezig zijn waar alcohol wordt geschonken, moeten deze strikt gescheiden zijn van de speelautomatenhal.
6. Degene aan wie een vergunning is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
7. Het gebruikmaken van een geldige exploitatievergunning voor een speelautomatenhal is alleen mogelijk in combinatie met een geldige aanwezigheidsvergunning voor een speelautomatenhal.