Tijdens het onderzoek wordt door de Wmo-consulent beoordeeld voor welke aanpassingen de inwoner in aanmerking kan komen. De inwoner ontvangt een gespreksverslag met daarin de eisen waaraan de aanpassingen moeten voldoen.
De inwoner vraagt bij 2 verschillende aannemers een offerte op die voldoet aan de vastgestelde eisen.
De Wmo-consulent beoordeelt deze offertes. Eventueel worden de offertes ter beoordeling voorgelegd aan het onafhankelijke adviesbureau.
Vaststelling hoogte PGB
• De hoogte van het persoonsgebonden budget voor losse woonvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de kostprijs van de voorziening, inclusief onderhoud en reparatie.
• De hoogte van het persoonsgebonden budget voor bouwkundige of woontechnische woonvoorzieningen wordt vastgesteld op het bedrag zoals vermeld in de door het College geaccepteerde offerte. Legeskos-ten gemaakt voor de aanvraag van een bouwvergunning zijn kosten waarvoor een PGB wordt verstrekt.
• Bij berekening van de kosten van een woonruimte aanpassing is het uitrustingsniveau van een sociale huurwoning bepalend.
• De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de vorm van een vergoeding voor verhuis- of inric-tingskosten is € 2530,--
• De hoogte van het persoonsgebonden budget voor tijdelijke huisvesting wordt bepaald aan de hand van de werkelijke kosten.
• Het persoonsgebonden budget voor huurderving is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte met een maximum van het bedrag genoemd in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag.
Voorwaarden PGB
De volgende voorwaarden gelden voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget voor woningaanpassingen:
• Met de werkzaamheden mag niet worden gestart voordat het College positief heeft beslist op de aanvraag. Tenzij hier expliciet schriftelijk toestemming voor is gegeven door het College.
• De budgethouder verstrekt inzage in de bescheiden en tekeningen die betrekking hebben op de woningaanpassing.
• Aan het College wordt de gelegenheid geboden tot het controleren van de gerealiseerde woningaanpassing.
• Onmiddellijk na de voltooiing van de aanpassingswerkzaamheden, maar uiterlijk binnen 12 maanden na het besluit van het College, verklaart de inwoner schriftelijk aan het College dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid.
• De budgethouder aan wie een persoonsgebonden budget is verstrekt voor het realiseren van een woningaanpassing aan de eigen woning, is verplicht zorg te dragen voor een opstal verzekering. Die verzekering dekt het risico van schade aan de woning inclusief de getroffen woningaanpassing. Op verzoek van het College overlegt de budgethouder een afschrift van het polisblad.
• Het persoonsgebonden budget dient binnen 12 maanden na toekenning te zijn gebruikt voor de bekostiging van de woningaanpassing.
Uitbetaling PGB
• Een PGB lager dan € 15.000,- wordt ineens uitbetaald nadat het College het besluit heeft genomen. De inwoner legt binnen 1 jaar na afgeven van de beschikking, facturen over om het ontvangen PGB te ver-antwoorden.
• Het PGB wordt bij bedragen hoger dan € 15.000 in termijnen uitbetaald aan de inwoner:
1e termijn 50% na besluit van het College
2e termijn 30% na verantwoording 1e termijn
3e termijn 20% na verantwoording 2e termijn
De inwoner legt binnen 1 jaar na afgeven van de beschikking facturen over om het ontvangen PGB te verantwoorden.
• Na gereed melding van de woningaanpassing kan de Wmo-consulent of de externe bouwkundige adviseur de uitgevoerde woningaanpassing komen controleren.
De inwoner mag het ontvangen PGB ook gebruiken voor een andere duurdere oplossing dan de in het onderzoek vast gestelde goedkoopst passende oplossing. Mits de belemmeringen waarvoor het PGB is verstrekt ook daadwerkelijk opgelost zijn. Denk hierbij aan het verstrekken van een PGB voor een traplift en aanpassingen aan de natte cel op de 1e etage. De inwoner mag het geld dan ook gebruiken om op de begane grond een slaapkamer en natte cel te realiseren.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2.2
PGB voor Woonvoorzieningen & Woningaanpassingen
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Bernheze 2023