Het besluit om af te zien van invordering, wordt voor elke schuld afzonderlijk genomen.
Wanneer aan een belanghebbende een geldlening is verstrekt voor inrichtingskosten, en de belanghebbende voldoet aan het bepaalde in artikel 13, aanhef en onder a of b, wordt ook afgezien van verdere invordering van een aanvullende geldlening voor inrichtingskosten, die na hereniging met zijn gezin, aan de belanghebbende en diens gezinsleden is verstrekt.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 13b