Bovenstaande resulteert tot de volgende drie conclusies:
Er wordt voor gebieden met veel kortparkeerders en een versnipperd parkeeraanbod doorgaans een grens van 85% parkeerdruk aangehouden als acceptabel. Boven dit percentage neemt de kans op zoekverkeer namelijk toe. Voor woongebieden (dag en nacht) wordt in het algemeen een grenswaarde van 90 procent gehanteerd. De belangrijkste conclusie die we uit de parkeerdrukonderzoeken trekken is dat er in geen van de kernen sprake is van een structureel hoge parkeerdruk (op meerdere momenten parkeerdruk >85%), die ingrijpende maatregelen vereist.
Binnen ieder deelgebied zijn er straten met een hoge parkeerdruk, waar er (op specifieke dagen / tijden) sprake is van een parkeerprobleem. Bij de gemeente komen ook regelmatig klachten binnen over het parkeren van bedrijfsvoertuigen in woonstraten en verlies aan openbare parkeercapaciteit door het instellen van laadpalen. Hier lijken maatwerk-oplossingen noodzakelijk.
De evaluatie van de blauwe zones geeft geen aanleiding om de blauwe zone te veranderen. De meeste respondenten zijn tevreden over de dagen, tijden en maximale parkeerduur. Uitbreiding van de blauwe zone resulteert weliswaar in meer parkeergelegenheid voor kort-parkerende bezoekers (19% beoordeelt dit als matig / slecht), maar zorgt tegelijkertijd ook voor meer druk op de omliggende straten. Dit betreft grotendeels als straten met een hoge parkeerdruk, waardoor langparkeerders zich gaan verspreiden over een groter gebied (het waterbed-effect)/
Er zijn geen gegevens beschikbaar over fietsparkeren in de gemeente. Uit de enquête komt naar voren dat 52% van de bezoekers de fietsvoorzieningen rondom het winkelcentrum positief en 21% negatief beoordeelt.