Jeugdigen of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag:
Binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder wordt verstaan:
Gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociaal netwerk;
Het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten.
Door gebruik te maken van een vrij-toegankelijke, voorliggende voorziening.
Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken:
Als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en;
Als de jeugdige of ouder aantoonbaar heeft geprobeerd om bij de start van de hulpvraag contact te krijgen met een verwijzer van jeugdhulp, en;
Voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen.
De voorziening als bedoeld in lid 2 kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag.
Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking op welke procedurele wijze in samenspraak met de cliënt wordt vastgesteld of de cliënt voor een individuele of overige jeugdhulpvoorziening in aanmerking komt.
Artikel 5.