Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.2

Artikel 1.2.3

Lokaal beleid en regelgeving

Onderdeel van Bomenbeleidsplan Zoeterwoude 2022

Coalitieakkoord Zoeterwoude 2018 - 2022: ‘Duurzaam Verbinden’ In dit akkoord is een belangrijke plaats ingeruimd voor duurzaamheid. Zonnepanelen dienen gestimuleerd te worden, wel passend binnen het landschap. Klimaatadaptatie krijgt de aandacht door bij beleidsvorming rekening te houden met gebalanceerd waterbeheer en de effecten van hittestress. Monumentenbeleid Binnen het plangebied van het Beeldkwaliteitplan vallen 25 Rijksmonumenten en 26 (potentiële) gemeentelijke monumenten. De monumentenlijst, met zowel Rijksmonumenten als gemeentelijke monumenten, omvat slechts panden die van grote cultuurhistorische waarde zijn. Het inzicht is echter ontstaan dat de monumentale waarde van die panden in veel gevallen zeer nauw samenhangt met de directe omgeving. Die omgeving kan het lint zijn waar het pand in staat. Het kan ook gaan om de groene inrichting rondom een als monument aangemerkt pand of een combinatie van meerdere aspecten. Het Beeldkwaliteitsplan Landelijk gebied Zoeterwoude gaat hier nader op in. Structuurvisie landelijk gebied (2009) In de structuurvisie wordt het landelijk gebied geanalyseerd en worden uitspraken gedaan over hoe, waar en onder welke voorwaarden nieuwe ontwikkelingen, zo goed mogelijk kunnen bijdragen aan de identiteit van het landschap. Een ander belangrijk uitgangspunt is de ontwikkeling van natuurwaarden, recreatiewaarde en landschapselementen (natuurvriendelijke oevers, kruidenrijke/bloemrijke bermen, bosjes, knotbomen en poelen). Het beleid zoals dat is vastgelegd in de Structuurvisie wordt nader uitgewerkt in het Bestemmingsplan Landelijk gebied (2010). Beeldkwaliteitsplan landelijk gebied (2013) Dit plan legt de basis voor de landschappelijke kwaliteit. In het plan wordt aan de hand van richtlijnen bepaald hoe met de landschappelijke kwaliteiten moet worden omgegaan en wanneer zich ontwikkelingen voordoen. Onder de noemer beeldkwaliteit worden alle ruimtelijke aspecten gerekend die van invloed zijn op de uitstraling van een polder als geheel, een bebouwingslint of een afzonderlijk erf. Het centrale thema van de Structuurvisie en het Beeldkwaliteitsplan landelijk gebied is "het behouden en versterken van het karakteristieke open veenweidegebied, waarbij wordt gestreefd naar een duurzaam waterhuishoudkundig systeem en een duurzame, grondgebonden veehouderij in samenhang met het versterken van de belevings- en gebruikswaarde van het landschap". Structuurvisie Dorp / Zuidbuurt en Rijndijk In deze plannen zijn de bestaande groenstructuren beschreven. Het centrale thema in de beide visies is behoud en waar mogelijk versterking van de groenstructuur. Voor de Rijndijk geldt een zachte overgang naar het landelijk gebied. Een goede beeldkwaliteit is het uitgangspunt. Bestemmingsplannen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn in de verschillende bestemmingsplannen o.a. bestemd voor: groen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; speelvoorzieningen; voet-/fietspaden; toegangspaden; afvalverzamelvoorzieningen; parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen. De bescherming van openbaar groen wordt dus niet echt geregeld in de bestemmingsplannen. Dit zal bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet anders worden. Dan worden, in het nieuwe Omgevingsplan, gebieden met bestemmingen gekoppeld aan de daar geldende normen en regels uit onder andere de Bomenverordening (zie hierna). Bomenverordening (wordt geactualiseerd) De Bomenverordening bepaalt de regels voor het bewaren van houtopstanden. Volgens de Bomenverordening is een kapvergunning nodig voor aangewezen bomen. Een kapvergunning is ook nodig als het gaat om het verplanten of ingrijpend snoeien van een boom. Aan de hand van een beoordelingsformulier worden de kapaanvragen op basis van de weigeringsgronden uit de verordening beoordeeld. Een vergunning kan alleen worden aangevraagd door de eigenaar of met toestemming van de eigenaar. De verordening wordt aangepast aan de hand van de beleidsuitgangspunten uit dit bomenbeleidsplan. Beleids- en beheerplan groen (2015) De gemeentelijke groenstructuur is opgebouwd uit een (hoofd)bomenstructuur in de vorm van ‘lijnen’ en structuurbepalend groen in de vorm van ‘vlakken’. Het structuurbepalend groen en de (hoofd)bomenstructuur vormen tezamen de ruimtelijke en stedenbouwkundige ruggengraat van Zoeterwoude. Het doel van een gemeentelijke groenstructuur is: het duurzaam behouden van groene stroken en assen. Een duidelijke groenstructuur maakt een scheiding tussen de wijken, begeleidt en verduidelijkt de hoofdroutes en maakt een groene (wandel)verbinding voor mens en dier mogelijk. Kortom, de groenstructuur maakt een belangrijk deel uit van het geraamte van de stedenbouwkundige opzet van het dorp. Tevens vormt een goede groenstructuur ook het visitekaartje van het dorp. het vormen van een toetsingskader voor ruimtelijke plannen. Omdat de groenstructuur onderdeel is van de stedenbouwkundige opzet, kan door het toetsen aan de groenstructuurkaart eenvoudig worden bepaald of het ruimtelijk plan past binnen de ruimtelijke opbouw van de omgeving. De groenstructuur zal bij de afweging tot goedkeuring van de ruimtelijke plannen worden betrokken. Het gebruik van het beleids-en beheerplan groen is leidend voor het behoud en de verbetering van de gemeentelijke groenstructuur. Deze is verder uitgewerkt op kaart en wordt beschermd. Het resterende openbaar groen levert ook een belangrijk aandeel aan de leefbaarheid van de openbare ruimte, maar geniet geen speciale bescherming. Dit betekent echter niet dat een boom buiten de hoofdstructuur geen enkele bescherming krijgt. De gemeentelijke groenstructuur is robuust en bestaat naar gelang de locatie uit extensief of intensiever beheerde beplanting met waar mogelijk forse bomen. De gemeentelijke groenstructuur van Zoeterwoude wordt grotendeels gedragen door (landschappelijke) boombeplantingen en groenvakken langs de hoofd- en buitenwegen. Met de wetenschap dat groeiplaatsinrichting noodzakelijk is, maar in verharding ook vrij duur is, wordt ernaar gestreefd de bomen vooral in grotere groenvakken te planten. Dit betekent dat het niet altijd mogelijk is bomen als wegbeplanting lijnvormig aan te planten. Voor wat betreft de groene inrichting van het buitengebied wordt gesteld dat grootschalige aanplant in het buitengebied moet worden voorkomen. Er wordt gestreefd naar een open landschap. In het landschap is de toepassing van bomen die de openheid van het veenweidegebied weinig aantasten, maar wel leiden tot variatie in het landschap, zoals inheemse (knot)bomen en hakhoutbosjes. De aanleg van opgaande (landschappelijke) beplanting in de bebouwingslinten dient gestimuleerd te worden. Zichtlijnen naar landschap dienen behouden te blijven en waar mogelijk te worden gecreëerd. De gemeente bezit twee hoogstamboomgaarden. Beide boomgaarden worden beheerd door een groep vrijwilligers onder begeleiding van een vakman. Voor beide boomgaarden is een meer gedetailleerd beheerplan gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel