Op basis van het aangeleverde dossier beslist de burgemeester of hij van mening is dat de betrokkene in aanmerking komt voor één van de bevelen genoemd in art. 172a of 172b van de Gemeentewet. Zo ja, dan wordt in principe allereerst een voornemen tot het opleggen van het bevel en tot het opleggen van een last onder dwangsom uitgereikt.
Het voornemen wordt per aangetekende post naar het huisadres van betrokkene gezonden of indien mogelijk door de politie (bij voorkeur wijkagent) of een gemeentelijk buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) in persoon aan de geadresseerde van het besluit uitgereikt. Dit vergt goede afstemming. Ook dit is maatwerk. (In het geval van uitreiking door de politie legt de politie deze handeling vast in het politiesysteem.)
In het voornemen wordt vermeld:
Door welke gedragingen en op welke tijdstippen en plaatsen de betrokken persoon herhaaldelijk (groepsgewijs) de openbare orde heeft verstoord dan wel op grond van welke gedragingen de burgemeester tot het oordeel is gekomen dat betrokkene daarbij een leidende rol heeft gehad;
Indien het gaat om een gebieds- of groepsverbod, de afbakening van het gebied waarvoor de burgemeester voornemens is een bevel op te leggen;
De voorgenomen ingangsdatum en duur van het bevel;
De dwangsombedragen
Op welke wijze de betrokkene kan reageren op het voornemen.
Indien de betrokkene op het moment van het plegen van het strafbare feit in de voorgaande zes maanden ook al een bevel op grond van art. 172 a en/of b heeft gehad dan wordt opnieuw een voornemen opgelegd en niet direct overgegaan tot het opleggen van een nieuw bevel.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.6
Artikel 4.6.3
Uitreiken voornemen tot opleggen bevel en tot opleggen last onder dwangsom
Onderdeel van Beleidsregels aanpak voetbalvandalisme en ernstigeoverlast 2023