Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.4

Aanvullende kwaliteitseisen pgb bij informele hulpverlening

Onderdeel van Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorne aan Zee

1.. Aanvullend op het gestelde in artikel 4.3 dient bij een aanvraag voor een pgb dat wordt besteed aan informele hulp: inzet door een mantelzorger of een niet daartoe opgeleid persoon uit het sociale netwerk van de cliënt of aan een persoon die niet als beroepskracht wordt aangemerkt, de cliënt verplicht aan te tonen dat: de informele hulp wordt geboden conform de doelstellingen in het ondersteuningsplan gesteld zijn; de hulp/ondersteuning die de mantelzorger levert niet onbetaald geleverd kan worden; de verleende hulp de algemeen gebruikelijke zorg en inzet voor elkaar overstijgt; de hulp niet leidt tot overbelasting van de persoon die de hulp uitvoert; de uitvoerder van het persoonsgebonden budget verklaart op geen enkele wijze druk te hebben uitgeoefend op de ontvanger van het persoonsgebonden budget bij diens besluitvorming. 2.. Bij de beoordeling of een persoonsgebonden budget voor informele hulp een passende oplossing is wordt meegewogen of de hulp veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is. 3.. Een cliënt wordt geacht te beschikken over algemeen gebruikelijke schoonmaakartikelen en apparatuur die nodig zijn voor het schoonmaken van het huis, zoals een stofzuiger, allesreiniger, chloor of afwasmachine. Daarnaast mag verwacht worden dat algemeen gebruikelijke (technische) hulpmiddelen aanwezig zijn, zoals aangepast bestek of een verhoging voor de vaatwasmachine, die het mogelijk maken dat de cliënt zelf het huishouden (deels) kan blijven doen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel