**1..** Een inwoner kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor vervoer, indien een inwoner vanwege zijn beperkingen:
geen gebruik kan maken van het Openbaar Vervoer;
geen gebruik kan maken van eigen vervoer;
onvoldoende of geen mogelijkheden heeft in de omgeving om in de behoefte te voorzien.
**2..** Wanneer een inwoner aanspraak wil maken op de maatwerkvoorziening vervoer, wordt er altijd eerst gekeken naar de leerbaarheid van de inwoner. Mogelijk kan een inwoner geactiveerd worden om zelfstandig reizen aan te leren.
**3..** Aanvullende criteria voor vervoer:
De maatwerkvoorziening collectief vraag afhankelijk vervoer heeft voorrang boven individuele vervoersvoorzieningen. Dat wil zeggen dat een cliënt alleen in aanmerking komt voor een individuele vervoersvoorziening als het collectief vervoer voor cliënt geen adequate compensatie vormt.
Wanneer een inwoner niet in staat is om 500 meter of meer te lopen, kan de inwoner in aanmerking komen voor collectief vervoer op grond van de Wmo. Voor vervoer tot 500 meter kan de inwoner zelf algemeen gebruikelijke hulpmiddelen aanschaffen zoals een wandelstok of rollator. Hiervoor wordt er in principe geen collectief vervoer op grond van de Wmo ingezet.
Wanneer een inwoner beschikt over een scootmobiel of aangepaste fiets, wordt er in principe geen andere maatwerkvoorziening voor vervoer ingezet tot en met 4 kilometer. Dit is immers de afstand die een inwoner kan afleggen met de scootmobiel of fiets.
Bij de te verstrekken vervoersvoorziening(en) wordt bij de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving. Daarbij gaat het om een gebied van 25 kilometer rondom het adres waar de inwoner zijn hoofdverblijf heeft. Met de verstrekte vervoervoorziening(en) en eventuele eigen vervoersmogelijkheden moet de inwoner in totaal 1.500 kilometer op jaarbasis kunnen reizen. Als de inwoner een hogere vervoersbehoefte heeft, dan is het aan hem/haar om aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens aan te tonen dat dit zo is.
Een vervoersvoorziening voor verplaatsingen op loop- en fietsafstand in de directe omgeving, bijvoorbeeld een scootmobiel, stelt de inwoner in staat een afstand van 750 km per jaar af te leggen. Beschikt cliënt over een dergelijke voorziening, dan wordt de reisafstand voor een vervoersvoorziening voor de middellange afstanden, bijvoorbeeld collectief vervoer, op maximaal 750 km gesteld.
Wanneer het noodzakelijk is dat er een medisch begeleider meereist met de maatwerkvoorziening, kan een inwoner niet alleen reizen. Dit zou voor onveilige situaties kunnen zorgen.
Individueel vervoer wordt alleen bij uitzonderingssituaties ingezet. Alleen wanneer (op basis van medisch advies) is vastgesteld dat collectief vervoer of (kleinschalig) instellingsvervoer voor de betreffende inwoner niet voldoet (bijvoorbeeld in geval van onbeheersbare incontinentie of ernstige gedragsproblemen), kan de vervoerder gevraagd worden individuele ritten te verzorgen of een vergoeding voor gebruik eigen auto of vervoer door derden worden verstrekt. Een vergoeding voor het gebruik van de eigen auto wordt verder alleen verstrekt als dat in het concrete geval niet algemeen gebruikelijk is. Het uitgangspunt is dat het gebruik van de eigen auto algemeen gebruikelijk is. Ook iemand met een inkomen op minimumniveau wordt geacht de vervoerskosten te kunnen voldoen om in aanvaardbare mate deel te kunnen nemen aan het leven van alledag en sociale contacten te onderhouden. Alleen in bijzondere omstandigheden is daarom een vergoeding mogelijk. Bijvoorbeeld als de kosten veel hoger dan gemiddeld zijn, doordat iemand door zijn beperkingen ook voor alle verplaatsingen op de korte afstand de auto moet gebruiken of afhankelijk is van een auto met veel hogere gebruikskosten.
Een vervoersvoorziening wordt niet ingezet om het inkomen te compenseren.
Een vervoersvoorziening wordt niet ingezet wanneer een inwoner niet gemotiveerd is om gebruik te maken van de eigen mogelijkheden en mogelijkheden binnen de gemeente, tenzij deze niet toereikend zijn.
HOOFDSTUK 5
Artikel 25
Vervoer
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Rozendaal 2023