** 1. .** Deze specifieke bepalingen hebben betrekking op de volgende voorzieningen:
persoonlijke ondersteuning naar en bij werk, zoals beschreven in artikel 3.12;
overige voorzieningen:
Vervoersvoorziening, zoals beschreven in artikel 3.13;
Intermediaire voorziening, zoals beschreven in artikel 3.13a;
werkplekaanpassing, zoals beschreven in artikel 3.13b.
** 2. .** Het college kan persoonlijke ondersteuning naar en bij werk en overige voorzieningen verstrekken aan een belanghebbende die behoort tot de doelgroep.
** 3. .** Het college bepaalt na overleg met de belanghebbende, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kan bijdragen aan de arbeidsinschakeling.
** 4. .** Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de belanghebbende, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, zoals bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onderdeel g, onder 1° en 2° van de Participatiewet.
** 5. .** Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3.2, de volgende voorwaarden:
de belanghebbende behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten;
de belanghebbende wordt zonder deze vorm van ondersteuning mogelijk bijstandsgerechtigd;
de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week;
het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is;
het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie;
er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en
de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk.
A. Voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.3
Specifieke bepalingen over persoonlijke ondersteuning naar en bij werk, en overige voorzieningen
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven