Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2

Artikel 3.11

Loonkostensubsidie

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven

1.. Het college waarborgt een evenredige verdeling van de subsidie voor de kosten voor begeleiding op de werkplek, de werkplekaanpassingen en de loonkostensubsidie over de doelgroep loonkostensubsidie met verschillende loonwaarden. Bij de verdeling krijgt een belanghebbende, die gemotiveerd is voor een dienstbetrekking waarbij loonkostensubsidie wordt verleend, voorrang. 2.. Het college verstrekt de loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, eerste lid van de Participatiewet ambtshalve of op aanvraag. In geval van een aanvraag zijn het vierde tot en met het zevende lid van dit artikel van toepassing. 3.. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de belanghebbende, aan de werkgever en de belanghebbende. 4.. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een belanghebbende betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de belanghebbende behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de Participatiewet. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een belanghebbende als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de Participatiewet, wordt de vaststelling of de belanghebbende behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute. 5.. Het college stelt binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 6.. Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel