Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de:
beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt,
voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen
i. op eigen kracht,
ii. met gebruikelijke hulp,
iii. met mantelzorg,
iv. met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk,
v. met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of
vi. met gebruikmaking van algemene voorzieningen;
b. problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen
i. op eigen kracht,
ii. met gebruikelijke hulp,
iii. met mantelzorg,
iv. met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk of
v. met gebruikmaking van algemene voorzieningen.
De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het onderzoek, als bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wmo, een passende bijdrage aan
het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot
zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven;
het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang
en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst compenserende voorziening.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3
Maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven