**1..** De gecertificeerde instelling die, al dan niet in samenwerking met een onderaannemer, een aanvraag doet voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten voor de subdoelgroep zoals beschreven in artikel 2 lid 2 sub b of sub c van deze regeling, beschikt over professionals met bijzondere expertise ten aanzien van de begeleiding en/of behandeling van jeugdigen uit de betreffende subgroep.
**2..** Aanvullend op het voldoen aan de gestelde eisen voor certificering uit het Normenkader (artikel 3.4, lid 4 Jeugdwet), verwacht het college in aanvulling op onderdeel:
C.1.2 – Inzet gecontracteerd aanbod – dat bij het verlenen van toegang naar gespecialiseerde Jeugdhulp (zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1 Jeugdwet) wordt ingezet op door de gemeente gecontracteerd aanbod. Alleen in uitzonderlijk geval dat er geen adequate voorziening is ingekocht door de gemeente(n), wordt het regionale proces gevolgd voor de inzet van niet-gecontracteerd aanbod. Hierover vindt altijd overleg plaats met de gemeentelijke toegang.
D.5.1 – Gecertificeerde instelling moet in het kader van (zijn eigen) werkstroombeheer en/of wachtlijsten werkwijzen bepalen en hebben vastgelegd - waardoor:
Er bij de uitvoering van maatregelen géén sprake is van wachttijden en actief actie wordt ondernomen om wachttijden te voorkomen.
Bij het voornemen tot een besluit tot een instroomstop hiervan uiterlijk 2 weken voor ingang van de instroomstop melding wordt gemaakt bij het college.
D.5. 3 – De processen gericht op de continuïteit van jeugdbescherming en jeugdreclassering – dat er zo veel mogelijk sprake is van een vaste medewerker voor de jeugdige en diens gezin.
D.5.4 – Prestatie-indicatoren (PI’s) – dat aanvullend hierop de volgende monitoringsinformatie per kwartaal wordt aangeleverd:
Realisatie (aantal maatregelen = Q), die in eenheden aansluit op de in bijlage 1 bij de tarieven vermelde eenheden;
Trends en realisatie (aantal maatregelen = Q) over de jaren heen en over de PI’s uit het Normenkader;
E.1.2 – Ketensamenwerking:
Deelname aan (structurele) overleggen passend bij de uitvoering van deze subsidieregeling;
Het gezamenlijk opstellen, uitvoeren, opvolgen en evalueren van samenwerkingsafspraken. Deze samenwerkingsafspraken maken onderdeel uit van deze subsidieregeling. Naast de voor gecertificeerde instellingen verplichte elementen n.a.v. het Normenkader bevatten deze samenwerkingsafspraken minimaal afspraken over:
Wederzijdse stimulering van samenwerking tussen de gemeenten en gecertificeerde instellingen;
Gezamenlijke definitiebepalingen (o.a. systeemgericht werken, regie, veiligheid);
Een warme overdracht gericht op zorgcontinuïteit bij verhuizing van jeugdigen van/naar een andere gemeente, regio of het buitenland;
de invulling van de wettelijk verplichte afstemming met de gemeente voor het inzetten van Jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3.5 van de Jeugdwet. Dit geeft tevens uitvoering aan de uitwerking van eis C.1.2);
Uitvoering geven aan de afspraken:
Omtrent de uitgaven van bijzondere kosten conform de “Inhoudelijke regeling bijzondere kosten Limburg 2022”;
Omtrent de nazorg jeugdige ex-gedetineerden conform “Samenwerkingsconvenant tussen ketenpartners Nazorg Jeugd” van augustus 2020.
E.1.2. – doorlooptijden – dat de gecertificeerde instelling zich samen met ketenpartners inspant om de doorlooptijden van de jeugdbeschermingsmaatregelen te verkorten, zonder vergroting van het terugvalrisico;
E.1.2 – warme overdracht en nazorg – dat er sprake is van een doorgaande lijn zowel bij opschaling (warme overdracht na beschermingsplein/-tafel) naar de jeugdbescherming, als bij afschaling na einde van de jeugdbeschermingsmaatregel. Bij beëindiging van de jeugdbeschermingsmaatregel maakt de gecertificeerde instelling gebruik van het toetsingsoverleg/schakeloverleg dat daarvoor regionaal is ingericht.
E.1.2 – Anticiperen op meerderjarigheid/gerichtheid op langere termijn toekomstperspectief – dat in de werkwijze is geborgd dat uiterlijk twee jaar voor het bereiken van de meerderjarige leeftijd van de jeugdige waarop de jeugdbeschermingsmaatregel betrekking heeft, c.q. een half jaar voor het aflopen van de jeugdreclasseringsmaatregel een toekomstplan is opgesteld in overleg met alle relevante betrokkenen. Wordt er een jeugdbeschermingsmaatregel na het verstrijken van de 16-jarige leeftijd uitgesproken, wordt zo spoedig mogelijk gestart met het toekomstplan;
E.2.1 – Aandacht voor integraliteit – dat tijdens de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregel wordt gewerkt volgens/aan de hand van het gedachtegoed 1Gezin,1Plan,1Regisseur.
**3..** Bij de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering wordt, voor wat betreft de toegangsfunctie naar gespecialiseerde jeugdhulp (op basis van Jeugdwet):
aangesloten bij de in de gemeente c.q. jeugdregio gebruikelijke inkoopsystematiek, werkwijzen en methoden met betrekking tot de toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van voorzieningen op het gebied van de jeugdhulp;
blijk gegeven van kostenbewustzijn ten aanzien van de inzet van (gespecialiseerde) jeugdhulp;
de te bereiken doelen en resultaten zoals opgesteld voor de afgegeven bepaling jeugdhulp gemonitord en mét cliënt en zorgaanbieder geëvalueerd;
bij het inzetten van spoedeisende gespecialiseerde jeugdhulp tijdig en concreet nagedacht over structurele of tijdelijke inzet en, indien noodzakelijk, het vervolg daarop.
Artikel 6.
Inhoudelijke vereisten subsidie
Onderdeel van Subsidieregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Regio Midden-Limburg Oost