Naar hoofdinhoud
1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt indien: voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van andere wet- of regelgeving bestaat; er geen geobjectiveerde beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie kunnen worden vastgesteld aan de hand van reguliere onderzoeksmethoden; de gevraagde maatwerkvoorziening een anti-revaliderende werking heeft, niet veilig voor cliënt of zijn omgeving is, gezondheidsrisico’s met zich meebrengt of het effect op de beperkingen van cliënt onvoldoende vaststaat; cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; cliënt de gevraagde voorziening na de melding als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de wet en vóór datum van besluit als bedoeld in artikel 2.3.5 lid 2 van de wet heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan vaststellen; deze niet in overwegende mate op het individu is gericht; de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan, niet verband houdende met de overgang naar een volgende levensfase. 2.. Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt: indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Rozendaal; indien deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding. 3.. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; de aanvrager verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden; indien cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen, tenzij er sprake is van co-ouderschap; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt; als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden. 4.. Geen vergoeding voor verhuiskosten wordt verstrekt indien: een persoon met beperking voor het eerst zelfstandig gaat wonen; een persoon met beperking verhuist naar een instelling op grond van de Wet langdurige zorg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel