Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.5

Bepaling uitgeefbaar oppervlak van de aangewezen projecten

Onderdeel van Nota kostenverhaal bovenwijkse voorzieningen 2023

Voor het bepalen van de oppervlakte uitgeefbaar terrein (betreft grondgebonden gebouwen) en de toevoeging van het aantal m² Bruto Vloer Oppervlak (BVO) (betreft gebouwen op verdieping) wordt een aantal aannames gedaan. In deze nota is voor het bepalen van het verrekenbaar oppervlak van de volgende uitgangspunten uitgegaan: Voor grondgebonden woningbouw, voor gestapelde woningbouw tot één hoog en voor commercieel en niet commercieel tot één hoog wordt uitgegaan van het uitgeefbaar oppervlak van het perceel. Dat is de oppervlakte van de begane grond (maaiveld). Voor zowel woningbouw, commercieel als niet commercieel vanaf één hoog (bij gestapelde bouw) wordt voor de verdiepingen uitgegaan van oppervlakte BVO. Voor een grondgebonden woning is de kavel gemiddeld 250 m² voor inbreiding (binnen de bebouwde kom) en 300 m² voor uitbreiding (buiten de bebouwde kom). Dit gemiddelde kaveloppervlak per woning is ingeschat aan de hand van het woonprogramma grondgebonden woningen dat in het verleden is gerealiseerd. Bij een functiewijziging is het uitgangspunt dat een gemiddeld appartement van 85 m² BVO wordt gerealiseerd. Indien een plan ingediend wordt voor woningsplitsing waarbij minimaal 10 woningen (gebouwen) worden gerealiseerd wordt ervan uitgegaan dat per woning een uitbreiding van 24 m² wordt gerealiseerd. Verder wordt bij het bepalen van de totale verwachtte uitbreiding van het aantal m² uitgegaan van: De verwachte bouwprojecten voor de komende 10 jaar. Als het percentage voor een specifiek project nog niet bekend is, wordt bij een gebiedsuitbreiding uitgegaan van 60% uitgeefbaar. Bij inbreiding is gemiddeld 40% vervanging van vervallen bebouwde meters. Dat betekent dat voor de berekening van het tarief van een uitbreiding van 60% van het totaal aantal m² van de nieuwbouw wordt uitgegaan.

Rechtspraak bij dit artikel